Mijn Klacht:
Na een onenigheid met Karwei over een bestelling heb ik de geschillencommissie ingeschakeld om een bindend advies uit te spreken over de kwestie. Karwei beweert in een schrijven aan de geschillencommissie dat ik niet kan aantonen welk personeelslid mij geholpen heeft bij het bestellen van de door mij gewenste producten.
Mijn schriftelijke antwoord op deze uit de lucht gegrepen bewering aan de geschillencommissie is dat ik wel kan duiden welk personeelslid mijn bestelling heeft geplaatst.
Nu komt het. De geschillencommissie verklaard mijn klacht ongegrond omdat ik “niet zou kunnen aangeven” welke medewerker mij geholpen heeft. LEZEN IS OOK EEN KUNST.
Na het ontvangen van het advies heb ik de geschillencommissie netjes verzocht deze zaak nogmaals te bekijken.
Hierop kreeg ik als antwoord dat het advies bindend is en niet bij de geschillencommissie in hoger beroep kan gaan. De bijgevoegde tip dat ik de zaak aan de gewone rechter kan voorleggen is net zo waardeloos als de afhandeling van het geschil. Is het niet net de bedoeling deze eenvoudige zaken (zorgvuldig) af te laten handelen door de geschillencommissies om het reguliere rechtssysteem te ontlasten?
Gewenste Oplossing:
Excuses van de commissie betreffende de onzorgvuldige afhandeling en een serieuze heroverweging van het gegeven advies.
Dit noem ik niet in beroep gaan. Maar uitkomen voor je fouten en deze herstellen.


