Klacht: Kindermisbruik Nederland

op 17 augustus 2017 over Raad voor de Kinderbescherming in de categorie Hulpverlening

Nieuwe klacht
In behandeling
Klacht opgelost
Klacht afgesloten

Mijn Klacht:

Rechtsmisbruik en kinderhandel bij de Nederlandse jeugdzorg organisaties.

Op 25 juli 2017 heeft de Europese Ombudsman een toezegging gedaan om de kwesties rondom mijn zoon Jean Paul te gaan verifiëren. Het gaat om een jongetje geboren op 02 mei 2007. Jean Paul is de zoon van mij (Poolse en Duitse afkomst) en Paul Quentin (Nederlandse afkomst). Jean Paul heeft dus Poolse, Duitse en Nederlandse nationaliteit.

Al vanaf 2010 houdt de Nederlandse Bureau Jeugdzorg en Raad voor de Kinderbescherming zich bezig met de zaak van mijn zoon. De Kinderombudsman is vanaf 2011 hierover geïnformeerd, maar bleef passief (Akte Reconventionele vordering, advocaat Lou van Leer, 2016, ).

Ook heb ik 28-landen van de E-Unie en Verenigde Staten van Amerika over de toestand van mijn zoon geïnformeerd. Iedere informatie is gebaseerd op feiten die ik vanaf 2010 met verschillende verslaggevers onderzocht hebt.
Door de werkzaamheden van de Nederlandse organisaties (Bureau Jeugdzorg en Raad voor de Kinderbescherming) werd mijn zoon voor de 2de keer in een ondraagbare situatie (welke levensgevaarlijk voor hem is) gebracht zonder enige mogelijkheid van contact met zijn eigen moeder.

Brutale ontvoering van Jean Paul door zijn vader en Jacques Smits van 05 november 2010 en mishandelen van de opa van het kind, Jan Błaszak, werd geseponeerd in 2013 door Nederland mede internationale rechtshulp.

Het Gerechtshof in Polen heeft een psychologisch onderzoek van mijn zoon, als deel van Haags Verdrag procedure, verzocht. Dit onderzoek moest door een bijzondere curator met specialisatie in kindertrauma’s bij de Rechtbank gedaan worden.
In plaats van een professionele psychologische onderzoek stuurden de Nederlandse autoriteiten aan op een onderzoek van de Raad voor de Kinderbescherming, waarin ze aangeven dat ze “besloten hadden om het kind niet om zijn mening te gaan vragen” en verder “geven ze geen toestemming voor een onderzoek van het kind door een bijzondere curator bij de Rechtbank” (Rapport van Raad Augustus 2017).

Bureau Jeugdzorg en Raad voor de Kinderbescherming, in samenwerking met de Nederlandse vader, manifesteren het contact tussen mij en mijn zoon. Ze komen zelfs de uitspraak van de Nederlandse Rechtbank niet na.
Toch worden er geen sancties verzocht, omdat de Raad een deel van Nederlandse autoriteiten uitmaakt en de vader Nederlands is.

Ze hebben aan mij een straatverbod en contactverbod gegeven omdat ik volgens hun twee ontvoeringen gepleegd hebt in 2010 en 2016. Aangezien dat de Haags Verdrag procedure nog steeds in Polen loopt kan er (nu nog) geen sprake van ontvoering in 2016 zijn. In 2010 was er een uitspraak van de Rechtbank in Amsterdam, in de Naam van de Koningin uitgegeven, waarin stond er dat Jean Paul bij mij in Polen mag blijven wonen, ondanks dat ik geen toestemming van zijn vader had.

Ook de aangiftes bij de politie, die er in Nederland tegen de vader worden gedaan, zijn verwijdert en de melders worden door de politieagenten bedriegt en ‘geadviseerd’ om de aangiftes terug te gaan trekken (gaat o.o. om heer Erik Hankes, Politie Amsterdam, en melders: Agata Janucik en Somaya (achternaam mij verder niet bekend, aangezien dat deze persoon heeft mij alleen anoniem geïnformeerd over de misdaden van P. Quentin)).

Het gaat om de aangiftes vanwege huishoudelijk geweld, mentaal en fysiek mishandelingen en seksueel misbruik (masturberen in de bedjes van kinderen)! Toch sluit de Nederlandse Bureau Jeugdzorg en Raad voor de Kinderbescherming zijn ogen voor de daden van de Nederlandse vader.
Niet alleen Jean Paul maar ook Gui (kind uit een andere huwelijk van de ex-vrouw van de vader, die nog steeds in dezelfde huis met hem woont) hebben over de masturbatie van Paul Quentin gesproken.
Raad met Bureau en de Nederlandse vader hebben mij aan het gezag onttrokken nog voordat de beslissing van de Haagse Procedure in Polen werd gegeven. Sterker nog, Polen heeft nog geen uitspraak over het gezag van de Nederlandse vader gedaan (dat kan namelijk pas nadat de Haags Verdrag procedure beëindigt is). Ook al zal Nederland handelen volgens de Ordonnantie Brussel II, dan kan een argument “het kind moet terug naar Nederland”(uitspraak April 2016) kan niet genoeg zijn om het gezag van “een goede moeder, die het kind nodig hebt en jarenlang moest missen” (Rapport van Raad voor de Kinderbescherming van 2015) en “moeder was de hoofopvoedster in de eerste jaren van het leven van het kind en ze heeft hem de juiste zorg gegeven” (Rapport van Bureau Jeugdzorg van November 2015) af te gaan nemen. Zeker in de situatie dat “er bij de vader psychiatrische problemen zijn” (Bericht van de gezinsvoogd Mevrouw Ioana Mihai, Bureau Jeugdzorg Agglomeratie Amsterdam). Deze beslissing gaat ook helemaal tegen de uitspraak van dezelfde Rechtbank in Amsterdam van december 2016, waarin staat dat: “de moeder is de enige persoon die de juiste zorg aan het kind kan geven”(Uitspraak rechtbank in Amsterdam, december 2016). Verder te lezen in de bijlage.

Gewenste Oplossing:

Hiermee vraag ik u vriendelijk om zeer nauwkeurige controle van de zaak van mijn zoon Jean Paul, de activiteiten van de Nederlandse jeugdzorg organisaties: corruptie, kinderhandel, politie omkopen, produceren van valse rapportages, argumenten, “feiten” die nooit bestonden, verwijderen van politie aangiftes, dreigementen en bedrog van de ouders, discriminatie.

Bericht van Robin van Klacht.nl

1 maand geleden - Ik heb een bericht op Twitter geplaatst over deze klacht over Raad voor de Kinderbescherming

Bericht van Robin van Klacht.nl

1 maand geleden - Ik heb een bericht op Twitter geplaatst dat deze klacht over Raad voor de Kinderbescherming nog niet in behandeling is genomen.

Alle klachten die gemeld zijn door FTK