Mijn Klacht:
Wat hier gebeurt, is dat ik door vrijerij en een opzettelijk verkeerde voorstelling van zaken via LinkedIn en later een aansluitend telefoontje werd verleid tot deelname aan een televisieprogramma, onder het voorwendsel dat onze non-profit organisatie daar perfect in zou passen. Over een financiële vergoeding werd bewust gezwegen. Vervolgens werd ik telkens door verschillende personen benaderd, alsof het om een groot mediabedrijf zoals Talpa zou gaan. Uiteindelijk werd ik plots geconfronteerd met een overeenkomst en een zogenaamde aanbieding. Dit bleek pure misleiding. De overeenkomst moest direct online worden ondertekend, terwijl ik intuïtief al voelde dat er iets niet pluis was. Ik vroeg om voorbeelden van het programma, maar die heb ik nooit ontvangen.
Ruim vóór de start van enige productie heb ik, om moverende redenen en mijn steeds sterker wordende onderbuikgevoel, de samenwerking schriftelijk opgezegd en iedere verdere interesse ingetrokken. Er is nooit één inhoudelijk gesprek met de redactie gevoerd, er is nimmer een dienst verleend of iets geleverd. Ik heb de overeenkomst zowel schriftelijk als later telefonisch bij de directie beëindigd, terwijl er op dat moment nog steeds niets was geleverd.
In plaats van mij als klant correct te behandelen en de zaak netjes af te wikkelen, werd ik vervolgens benaderd door agressieve, op script aangestuurde financiële medewerkers die zich beriepen op algemene voorwaarden die in het telefoongesprek nooit met mij zijn besproken, inhoudelijk nooit zijn verstrekt of door mij zijn geparafeerd. Dit maakt deze voorwaarden vernietigbaar op grond van artikel 6:233 BW en artikel 6:234 BW, aangezien zij niet vóór of bij het sluiten van de overeenkomst ter hand zijn gesteld of uitdrukkelijk zijn aanvaard. Ik dacht online iets geheel anders te ondertekenen, na dagenlang manipulatief aandringen van een accountmanager.
Ik heb op alle toonaarden bezwaar gemaakt, maar daarop volgde geen enkele klantgerichte reactie. Vervolgens is de kwestie, amper één dag later, al overgedragen aan DEBTT Incasso, met torenhoge en onterechte extra kosten en zelfs dreiging met een gerechtelijke procedure, ondanks mijn gegronde bezwaren en zonder dat onze klachten inhoudelijk met de opdrachtgever zijn behandeld. Dergelijk handelen kan worden aangemerkt als wanprestatie (art. 6:74 BW) en bovendien als onrechtmatig handelen (art. 6:162 BW).
De overeenkomst is bovendien tot stand gekomen op basis van een verkeerde voorstelling van zaken en misleiding, wat deze aantastbaar maakt wegens dwaling (art. 6:228 BW) en mogelijk zelfs bedrog (art. 3:44 BW). Daarmee is de vordering ongegrond en is dit handelen zowel misleidend als onrechtmatig.
Gewenste Oplossing:
Ik ben tevreden met een oplossing waarin de organisatie de volgende punten erkent en toepast:
Acceptatie van de opzegging – mijn opzegging wordt volledig en onvoorwaardelijk geaccepteerd, zonder verdere voorwaarden of verplichtingen.
Inrekking van de onterecht verkregen opdracht – de opdracht die zonder mijn instemming of door misleiding tot stand is gekomen, wordt formeel ingetrokken en ongedaan gemaakt.
Erkenning van het ongepaste gedrag – er wordt duidelijk uitgesproken dat de agressieve houding van de incassomedewerkers niet acceptabel was en niet meer zal worden toegepast.
Oprechte excuses – ik ontvang een duidelijke en oprechte excuses voor de gang van zaken, waarbij het klantbelang voorop wordt gesteld.
Toekomstige verbetering – de organisatie belooft expliciet dat deze werkwijze stopt en dat er maatregelen worden genomen om herhaling te voorkomen.
Wanneer dit alles schriftelijk wordt bevestigd, kan ik mij vinden in deze oplossing en beschouw ik de kwestie als afgerond.

