Mijn Klacht:
Wat is de casus. In maart 2016 heb ik een WW uitkering aangevraagd. De ontvangst van de aanvraag is in een brief van het UWV bevestigd op 18-3-2016. Aangezien ik verder geen reactie van het instituut vernam, blijkt na rond gebeld te hebben dat het UWV een brief d.d. 22-3-2016 met de vraag over nadere op te sturen gegevens van de WW-aanvraag naar mijn huisadres heeft verstuurd. In dat telefonisch onderhoud heeft de medewerker laten doorschemeren dat de uitkering met terug werkende kracht zou worden toegekend. Deze brief heb ik echter nooit ontvangen. Omdat ik niet op de hoogte was dat die brief verstuurd was, heb ik mij op het UWV kantoor in Leiden gemeld en de brief via mijn UWV opgevraagd. In de genoemde brief werd naar de beroemde beëindigings-, arbeidsovereenkomst e.d. gevraagd. Nadat ik deze informatie in juli 2016 had verzonden, werd mij in augustus, na weer rondbellen vrolijk meegedeeld om een nieuwe WW uitkering aan te vragen. Echter, vermoedde ik dat deze nieuwe aanvraag zou kunnen conflicteren met het ontslag datum dan wel met de dageneis etc. heb ik toch tandenknarsend en onder protest de nieuwe WW aanvraag ingediend. Mijn stoute vermoedens kwamen helaas uit, want in september 2016 ontving ik een afwijzing van het UWV. Op hoge poten heb ik op 16-10-2016 bezwaar gemaakt tegen afwijzende beslissing. In een brief van 21-10-2016 van het UWV werd de bevestiging van de ontvangst van het bezwaarschrift meegedeeld. In de daarop volgende hoorzitting van 23-12-2016 op het kantoor in Amsterdam, heb ik het een en ander mondeling toegelicht. In de brief d.d. 12-01-2017 van het UWV, naar aanleiding van de hoorzitting, werd mij te kennen gegeven dat een WW recht niet is uitgesloten. Pikant detail, een gesprekverslag werd schimmig uit de wind gehouden en niet meegezonden. Met rode oortjes las ik in dezelfde brief expliciet de intrekking van het bezwaar. Met andere woorden, het bezwaar werd als afgehandeld beschouwd. Ik heb vervolgens de medewerker opgebeld en hem verstaan gegeven hiermee niet eens te zijn en hem ook meegedeeld dat ik mijn bezwaar handhaaf. De medewerker gaf aan dat ik dit schriftelijk kenbaar moest maken. Dat heb ik ook gedaan in mijn brief van 23-01-2017. Om te checken of deze brief is aangekomen, heb ik op 3-2-2017 telefonisch geïnformeerd bij het UWV. Tot mijn verbijstering werd mij meegedeeld dat de brief niet is ontvangen. Dus heb ik deze aangetekend op 4-2-2017 op de post gedaan.
Gewenste Oplossing:
Ik klaag over het feit dat het UWV mij diverse keren onjuist heeft geïnformeerd over mijn rechten en mij consequent op het verkeerde been heeft gepositioneerd. Daarbij heeft het UWV mij voordurend een WW uitkering in het vooruitzicht gesteld. Het UWV weigert pertinent om mij een voor beroepvatbare beslissing te verstrekken, waardoor ik niet verder kan procederen. Op deze wijze haalt het UWV de verdenking van onbehoorlijk bestuur over zich heen. Daar komt nog bij kijken dat het UWV, gelet op de datum van het bezwaar 23-01-2017, compleet lak heeft aan de termijnen van de AWB.

