Mijn Klacht:
CZ heeft ons (twee personen) met een uitkering aangemeld als wanbetalers, hierbij geeft CZ ook te weten dat ook de betaal afspraak bij de gerechtdeurwaarder mee teld, is dat wel zo? Want we kunnen dus nu dadelijk niet meer eten, en jawel in Nederland.
Op grond van art. 475f Rv de beslagvrije voet is niet meteen van toepassing maar, Art. 475f Rv bepaalt:
“Indien beslag is gelegd op een vordering tot weerkerende betalingen die niet in artikel 475c is omschreven en de schuldenaar onvoldoende andere middelen van bestaan heeft, kan hij de kantonrechter verzoeken de artikelen 475b en 475d mede op die vordering van toepassing te verklaren.”
Aan de voorwaarden genoemd in dit artikel wordt voldaan:
de maandelijks uit te betalen toeslag betreft een vordering tot weerkerende betaling;
de toeslag wordt niet genoemd in art. 475c Rv, zodat de beslagvrije voet niet rechtstreeks van toepassing is;
ik beschik over onvoldoende middelen van bestaan. Ik heb slechts een minimum inkomen en heb geen reserves zoals blijkt uit bijgevoegde bankafschriften. Bovendien heb ik meerdere schulden
Wij hopen dat het niet zover moet komen, maar niet meer eten kiezen wij niet voor, onze uitkering ligt reeds ruim onder de beslagvrije voet,
Vakantie geld bestaat reeds jaren niet meer en dan nog even 260% inhouden? Wij Dachten toch even van niet.
Groetjes A en F.
Gewenste Oplossing:
Oplossen en herstellen zodat wij in staat zijn in leven te blijven.

