Mijn Klacht:
In 2012 ben ik gestart met de HBO Bachelor studie Bedrijfskunde. Ik kijk terug op een plezierige studietijd tot en met heden met fijne, deskundige docenten en prettige studiegenoten.
Ik heb veel geleerd in deze periode. Echter raakte deze periode overschaduwd vanaf het moment dat ik mijn scriptie heb ingediend. De scriptie is met een onvoldoende beoordeeld op basis van onder andere het feit dat ‘een of meerdere deelvragen’ niet passend zouden zijn. Dit impliceert dat de basis, het onderzoeksvoorstel, ter discussie wordt gesteld terwijl dat destijds is goedgekeurd (!).
Ik heb geappelleerd door mijn toenmalige scriptiebegeleider te confronteren met deze discrepantie. Meneer geeft als antwoord dat ‘dit inderdaad niet gewenst is’. Omdat ik mij in diezelfde periode moest focussen op het afronden van de twee laatste vakken, Management van Bedrijfsprocessen en Bedrijfseconomische Aspecten, heb ik mijn scriptie destijds niet kunnen vervolgen.
Eenmaal afgerond ben ik alsnog gestart met het herstellen van mijn scriptie en ik ben erg geschrokken van het feit dat de feedback niet helder, duidelijk en concreet was en belangrijker nog, het onderzoeksvoorstel wordt door de beoordelaar in twijfel getrokken. Op basis van deze conclusie heb ik in december 2018 in een schriftelijke brief gevraagd om een passende oplossing opdat ik alsnog mijn scriptie kon voltooien. Er is toen voorgesteld de toenmalige beoordelaar aan te stellen als mijn ‘nieuwe’ scriptiebegeleider. Ik ben akkoord gegaan met de geboden oplossing om een nieuwe scriptie te schrijven in het vertrouwen dat ik hiermee het traject alsnog kon afronden en de eindstreep zou halen.
Op 3 januari 2019 heb ik mijn nieuwe onderzoeksvoorstel ingediend. Tot mijn grote verbazing ontstaat er nu opnieuw eenzelfde situatie. De feedback van mijn scriptiebegeleider was tot mijn genoegen overwegend positief. De enkele punten die zij benoemde heb ik verwerkt. Belangrijk hierbij om te vermelden is het gegeven dat haar feedback beperkt was, er zijn slechts enkele punten genoemd. Na diverse mailcontacten en aanpassingen in mijn onderzoeksvoorstel word ik op 23 januari 2019 echter geconfronteerd met een grote hoeveelheid feedback. Uiteindelijk is mijn onderzoeksvoorstel na opnieuw aanpassingen te hebben doorgevoerd, goedgekeurd. Tot zover lijkt het ondanks het proces in orde. Echter twijfel ik zelf over de juistheid van de deelvragen en daarom heb ik mijn scriptiebegeleider gevraagd of zij mij de garantie kan geven dat ik niet in eenzelfde situatie terechtkom; namelijk dat een of meerdere deelvragen ter discussie worden gesteld. Deze garantie kan zij mij niet geven. Kortom, de kans dat ik opnieuw de dupe word van een verschil van inzicht tussen een beoordelaar en een scriptiebegeleider is zeer reëel. Omdat ik problemen wil voorkomen heb ik twee deskundigen geraadpleegd die naar mijn onderzoeksvoorstel hebben gekeken. Zij zijn tot de conclusie gekomen dat het onderzoeksvoorstel niet voldoet, gezien de hoofdvraag en deelvragen.
Ik heb een jaar energie gestoken in mijn oorspronkelijke scriptie. Deze is door mijn toenmalige beoordelaar (en heden scriptiebegeleider) overwegend negatief beoordeeld en daarbij was de feedback niet helder, duidelijk en concreet en daardoor niet inpasbaar in mijn scriptie om tot een deugdelijk herstel te komen. In de fase waarin ik nu zit keurt mijn scriptiebegeleider een onderzoeksvoorstel goed waarvan ik vrij zeker ben dat deze niet 100% correct is. Ik zal dus opnieuw geconfronteerd gaan worden met een negatieve uitkomst. Ik stel daarom de deskundigheid van uw beoordelaars en scriptiebegeleiders ter discussie en ben hier als student van afhankelijk.
Deze conclusie werd bevestigd tijdens een telefonisch gesprek met mijn huidige scriptiebegeleider dat plaats heeft gevonden naar aanleiding van de bovengenoemde situatie. Ik wil namelijk niet voor een tweede keer in dezelfde situatie terechtkomen (discrepantie onderzoeksvoorstel scriptiebeoordeling). Ik heb mevrouw gevraagd naar een garantie dat eenzelfde situatie niet opnieuw ontstaat. Deze garantie kon zij echter niet geven. Verder deed mevrouw een aantal opmerkelijke uitspraken:
– De deelvragen en het onderzoeksvoorstel zijn goed genoeg (voldoende) om goedgekeurd te worden. Als dit zo is dan is het natuurlijk onbestaanbaar dat een onderdeel van het onderzoeksvoorstel wordt betwist tijdens de beoordeling, lees in de allerlaatste fase (!)
– Er zou pas contact gelegd worden met de beoordelaar als de scriptie is ingeleverd in plaats van aan het begin van het traject om te voorkomen dat er verschil van inzicht ontstaat (!)
– Er vindt dan ruggenspraak plaats tussen de beoordelaar en de scriptiebegeleider plaats terwijl mijn toenmalige scriptiebegeleider aan heeft gegeven niet te weten wie de beoordelaar was (!). Dit suggereert dat er geen ruggenspraak heeft plaatsgevonden. Wie zegt mij dat de ruggenspraak nu wel plaatsvindt en wat is de waarde van het goedgekeurde onderzoeksvoorstel als deze ook nu weer wordt betwist?
– Mevrouw geeft aan dat ze ‘vrijwel nooit verschil van inzicht bestaat tussen haar en mijn toenmalige scriptiebegeleider’. Dit suggereert dat er dus wél ruggenspraak heeft plaatsgevonden terwijl mijn toenmalige scriptiebegeleider aan heeft gegeven het ‘niet te weten’. Helaas is er in mijn geval wel een verschil van inzicht ontstaan met als gevolg dat ik mijn scriptie overnieuw moet opstellen
U begrijpt dat mevrouw mij niet heeft kunnen geruststellen in het telefoongesprek. Ik wil daarom een gesprek met een vertegenwoordiger van de examencommissie en een deskundige, het huidige product wil ik gestand doen (bestaande scriptie) en ik wil tot slot gehoord worden.
Wanneer NCOI niet met een passende oplossing komt dan zal ik het door mij opgebouwde dossier (2017 tot en met heden) met behulp van een ingeschakeld juridisch adviseur overhandigen aan het NVAO. Ik vertrouw erop dat het zover niet hoeft te komen.
Gewenste Oplossing:
In eerste instantie wil ik een gesprek met de examencommissie en een deskundige waarbij we tot een oplossing komen zodat ik zo snel mogelijk mijn Bachelor diploma in ontvangst kan nemen.


