Mijn Klacht:
Halverwege dit jaar is door LAVG de beslagvrije voet op € 1.488,53 gezet, tot 31 oktober ontving ik een WW uitkering van € 860,00 en dat is al een verschil van € 628,53.
Op 31 oktober heeft de hoge raad een uitspraak gedaan met de mededeling dat vakantiegeld niet zomaar mag overgemaakt worden naar de deurwaarder, maar deurwaarder leggen deze uitspraak kennelijk naast zich neer.
hieronder stukje uit de uitspraak + rekenvoorbeeld
Rechtsvraag
Wanneer het inkomen lager is dan de beslagvrije voet, moet dan in de maand waarin het vakantiegeld wordt uitbetaald rekening worden gehouden met het ‘niet gebruikte deel’ van de beslagvrije voet?
Rekenvoorbeeld
Een rekenvoorbeeld kan dit vraagstuk verhelderen. Stel een alleenstaande heeft de volgende gegevens:
– inkomen is € 950
– beslagvrije voet € 1000
– vakantiegeld € 900
Het is duidelijk dat uitgaande van deze gegevens er maandelijks niets aan de beslaglegger kan worden afgedragen. Maar wat valt onder het beslag in de maand waarin het vakantiegeld wordt uitbetaald? Moet er dan € 850 (950 + 900 – 1000) worden afgedragen of moet er rekening worden gehouden met alle maanden waarin het inkomen lager was dan de beslagvrije voet? Wanneer de 11 voorgaande maanden het inkomen € 50 lager was dan de beslagvrije voet, zou dit in dit voorbeeld er op neerkomen dat er slechts € 300 mag worden afgedragen. (950 + 900 – 1000 – (11 x 50)).
In mijn geval hoort de vakantie geld volledig aan mij te worden overgemaakt.
Verder is er naast deze beslaglegging nog een betalingsregeling van € 75,00.
Gewenste Oplossing:
Ik wil dat LAVG zich aan de uitspraak houd en de vakantie geld aan mij overmaakt. De hoge raad heeft de uitspraak niet voor niets gedaan. Dus LAVG heeft geen recht op de vakantie geld
Naast deze beslaglegging ontvangen ze ook nog eens € 75,00, deze regeling moet omlaag naar € 30,00 per maand en als ze moeilijk doen om de vakantiegeld, gun ons in ieder geval een vrijstelling tot 01 januari 2016.

