Klacht: Kunstacademie Den Haag blijft sociaal onveilig en een financiele puinhoop review Koninklijke academie Hogeschool der Kunsten KABK

slechtekunstacademie op 04 oktober 2025 over Haagse Hogeschool in de categorie Adviezen, Opleiding

Nieuwe klacht
In behandeling
Klacht opgelost
Klacht afgesloten
Wacht op reactie
Categorie Adviezen
Status Nieuwe klacht
Datum 4 oktober 2025

Een klacht is ingediend over de Haagse Hogeschool, specifiek de Kunstacademie Den Haag, waarin wordt gesteld dat de instelling blijft kampen met een sociale onveiligheid en financiële problemen. De indiener verwijst naar een rapport van de Inspectie van Onderwijs uit 2024, waarin wordt aangegeven dat de opvolging van eerder gegeven adviezen niet heeft plaatsgevonden.

Mijn Klacht:

Rapport Inspectie Onderwijs 2024. Opgevolgde adviezen? Geen.

Retouradres Postbus 2730 3500 GS Utrecht

Stichting Hogeschool der Kunsten Den Haag t.a.v. het college van bestuur Postbus 11670
2502 AR DEN HAAG
Datum 5 juni 2024
Betreft vastgesteld rapport

Geacht college,

Locatie Utrecht
St.-Jacobsstraat 200
Postbus 2730
3500 GS Utrecht
T 088 669 6060 www.onderwijsinspectie.nl
Contact

Onze referentie
46230828

Hierbij ontvangt u in de vorm van deze brief het vastgestelde rapport van het onderzoek naar naleving van wet- en regelgeving dat de Inspectie van het Onderwijs (hierna: inspectie) bij uw instelling heeft uitgevoerd. Het betreft een onderzoek conform artikel 3, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 1° en onderdeel c en artikel 12a, eerste lid van de Wet op het onderwijstoezicht (WOT).
Aanleiding
Aanleiding voor het onderzoek waren signalen over de Koninklijke Academie van
Beeldende Kunsten (hierna: KABK), onderdeel van de Hogeschool der Kunsten Den Haag (hierna: HdK), met betrekking tot grensoverschrijdend gedrag en sociale veiligheid onder studenten en medewerkers. Op 31 oktober 2020 verscheen in de NRC een artikel over een oud-student van de KABK die in de periode van zijn studietijd (2008-2012) grensoverschrijdend gedrag zou hebben vertoond.
Onderzoek door inspectie
Het onderzoek bestond uit vier fases:
1. een aantal gesprekken direct na het signaal in het NRC;
2. gesprekken en documentenonderzoek in maart 2022;
3. aanvullende documentenanalyse in maart 2023;
4. aanvullende gesprekken en documentanalyse in mei 2023 naar aanleiding van een arbeidsconflict.
Onderstaand lichten we elke fase kort toe, in Bijlage A geven we een uitgebreider chronologisch overzicht van de gebeurtenissen alsmede de verschillende fases.

Ad 1. Naar aanleiding van voornoemde signalen hebben wij in de periode tussen oktober 2020 en oktober 2021 diverse malen gesproken met betrokkenen waaronder met uw voorganger. In eerste instantie richtte het onderzoek zich op het handelen van het bestuur rondom het signaal waarover de NRC in het artikel schreef.
Ad 2. Op basis van deze verkennende gesprekken en een analyse van de rapporten zag de inspectie aanleiding voor het instellen van een formeel onderzoek naar (de borging van) de sociale veiligheid binnen de hogeschool. Op 8 februari 2022 is de opzet van het onderzoek per brief aan het college van bestuur (hierna: cvb) gecommuniceerd. Het onderzoek vond primair plaats bij de KABK, maar ter verificatie ook bij het Koninklijk Conservatorium (hierna: KC), de tweede faculteit van de hogeschool. Dat laatste om ons mede een beeld te kunnen vormen van de breedte van de problematiek. Centraal vraagstuk van deze fase van het onderzoek was of het bestuur er in slaagde om die maatregelen te treffen die noodzakelijk waren voor het waarborgen van de kwaliteit en goede voortgang van het onderwijs aan de instelling en of het bestuur zorg droeg voor wat door redelijkheid en billijkheid wordt gevorderd in de omgang met betrokkenen binnen de instelling als in art. 10.3e, tweede lid, onderdeel e van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (hierna: WHW).
Daarnaast is gekeken naar naleving van bepaalde wettelijke verplichtingen uit de WHW. De inspectie heeft daartoe diverse gesprekken gevoerd alsook een groot aantal documenten geanalyseerd. Aan de hand van onderstaande vragen heeft de inspectie met medewerkers en studenten van uw instelling gesproken over de door het cvb genomen maatregelen zoals vervat in de verbeterplannen voor respectievelijk de KABK en het KC.
1. Welke problemen speelden er op het gebied van sociale veiligheid binnen de instelling?
2. Is er sprake van voldoende en stabiele sturing binnen de organisatie als geheel?
3. Wordt er actief gestuurd op de realisatie van de benodigde verbeteringen?
4. Is de verbeteraanpak planmatig met een duidelijke visie, doelen en uitkomstmaten?
5. Leiden de voorgenomen maatregelen tot voldoende resultaat?

6. Is er sprake van voldoende responsiviteit en reflectie binnen de organisatie zodat signalen nu en in de toekomst worden opgepakt?
7. Voldoet de instelling aan de wettelijke verplichtingen op het gebied van tentaminering en examinering, rechtsbescherming, medezeggenschap en inrichting en bestuur?

Ad 3. Naar aanleiding van een gesprek in februari 2023 over de voortgang van het onderzoek, hebben we u in gelegenheid gesteld om aanvullende documentatie aan te leveren over de voortgang van de verbeterplannen. Daarmee konden we ons een beeld vormen van de toen geboekte en nog te realiseren voortgang.
Ad 4. Kort na dit gesprek met de inspectie, deed u melding bij ons van een reeds langer lopend arbeidsconflict binnen de instelling. De inspectie heeft daarop besloten het rapport nog niet af te ronden maar het onderzoek te verlengen. Op 6 april 2023 heeft de inspectie u per brief over dit besluit geïnformeerd. Reden voor de verlenging was dat de inhoud van het conflict invloed en betrekking kon hebben op de voortgang van de ingezette verbeteracties en dat uit de informatie die wij ontvingen bij ons opnieuw zorgen rezen over de sociale veiligheid binnen de instelling. Daarom heeft de inspectie op 16 mei 2023 met diverse betrokkenen binnen de instelling gesproken en is aanvullende informatie opgevraagd en onderzocht. We hebben daarbij niet de ontslagprocedure getoetst (de rechter heeft daarover uitspraak gedaan) maar wel de gevolgen voor de voortgang van het onderwijs en de noodzakelijke verbeteringen rondom sociale veiligheid alsmede onderzocht wat de betrokkenheid van medezeggenschap en de raad van toezicht is geweest.
Aangepast Financieel Toezicht (AFT)
Ten tijde van het bovengenoemde onderzoek ontstonden er bij de inspectie ook zorgen over de financiële positie van de instelling. Daarover is – aanvullend op bovengenoemde gesprekken – diverse malen contact geweest tussen de financieel inspecteurs en de instelling. Dat heeft ertoe geleid dat uw instelling in augustus 2023 onder aangepast financieel toezicht is geplaatst. Na een aantal jaren van oplopende forse exploitatieverliezen en investeringen in materiële vaste activa, heeft de Hogeschool der Kunsten Den Haag een krappe liquiditeitspositie, waardoor mogelijke betalingsproblemen konden ontstaan binnen twee jaar. Om die reden is het financieel continuïteitstoezicht op het bestuur aangepast. Daarover zijn apart gesprekken met u gevoerd door onze financiële inspecteurs en is u opgedragen om een herstelplan op te stellen. Over zowel het onderzoek naar de financiële positie als het onderzoek naar sociale veiligheid heeft de inspectie intern afgestemd. Wij hebben het financiële herstelplan op 14 november 2023 van u ontvangen. Dit plan betreft een integraal verbetertraject langs vijf lijnen die (deels) overlappen met de thematieken uit het voorliggende onderzoek, te weten: strategie, ontwikkeling, organisatie, investeringen en bezuinigingen.
Over de voortgang en bevindingen dienaangaande rapporteren wij in een separaat rapport. Dit rapport is op 28 maart 2024 definitief gemaakt en toegestuurd aan het cvb.
Bevindingen
Op basis van de gesprekken die we hebben gevoerd en de documenten die we in de periode oktober 2020 – mei 2023 hebben geanalyseerd, komen we tot onderstaande bevindingen:
1. De rvt heeft in reactie op signalen in 2020 vlot actie ondernomen. Er werd kundige en onafhankelijke expertise ingeroepen om de situatie bij de KABK te onderzoeken. De externe onderzoekers van Bezemer Schubad kregen alle ruimte om hun werk onafhankelijk te doen. Er werd preventief ook een onderzoek ingesteld bij het KC naar mogelijk vergelijkbare problemen, hoewel er over deze faculteit geen klachten waren.
2. Uit het externe onderzoek van Bezemer Schubad bij de KABK, het interne onderzoek van het KC, de documenten die we hebben ingezien en de gesprekken die we hebben gevoerd, bleek dat er sprake was van diverse tekortkomingen die onveiligheid kunnen bevorderen. Die tekortkomingen betroffen onder andere de zorg voor de omgang met betrokkenen (studenten en medewerkers); het waren niet alleen tekortkomingen die heel direct invloed hebben op sociale veiligheid (zoals een goede klachtenregeling), maar ook een verzameling andere tekortkomingen (zoals een gezamenlijke visie op onderwijs en toetsing). Ook bleek dat er bij diverse gesprekspartners met verschillende posities binnen zowel de KC als sprake was van (grote) zorgen over de urgentie waarmee problemen in de periode voor maart 2022 werden opgelost; er

was naar hun gevoel onvoldoende gehoor voor de door hen aangekaarte problemen. Voor de hand liggende oplossingen werden niet of ten dele geïmplementeerd. Men mistte met name bij het cvb maar ook bij afdelingshoofden een gevoel van urgentie en sturing op het geheel aan verbeteracties vanuit een breed gedragen visie op sociale veiligheid.
3. Gedurende de onderzoeksperiode is door de instelling veel aandacht besteed aan het verbeteren van de zorg voor een betere sociale veiligheid onder medewerkers en studenten. Dat beeld werd herkend en bevestigd door vrijwel alle gesprekspartners en bleek uit meerdere documenten die we hebben geanalyseerd.
a. Alle procedures rondom klachten en veiligheid zijn opnieuw tegen het licht gehouden, belangrijke interne en externe posities (zoals vertrouwenspersonen) zijn binnen korte tijd na de signalen ingevuld.
b. Sociale veiligheid werd een vast bespreekpunt in diverse overleggen binnen de instelling.
c. Er ligt een volledig nieuwe gedragscode die met zorg is uitgewerkt en die naar onze opvatting alle belangrijke ingrediënten bevat voor een veilige leer- en werkomgeving en het bijbehorende gedrag specifiek maakt. Hoewel er daarmee een uitgewerkte visie op sociale veiligheid bestaat, heeft de nieuwe gedragscode ten tijde van het onderzoek slechts ten dele tot vervolgacties geleid. Die acties waren met name gericht op het lanceren en bespreken van de code.
d. Uit de aan ons in 2023 overhandigde resultaten van het medewerkers-tevredenheidsonderzoek (MTO) en de Nationale Studenten Enquête (NSE) bleek dat er sprake is van verbeteringen op de beleving van sociale veiligheid. Wel was er ten opzichte van het landelijk gemiddelde nog ruimte voor verdere verbetering..
4. Hoewel er dus de nodige verbeteringen zijn gerealiseerd gedurende de onderzoeksperiode, constateren we ook dat de situatie rondom sociale veiligheid gedurende de gehele onderzoeksperiode fragiel bleef.
a. Dit bleek opnieuw tijdens het arbeidsconflict met de inmiddels ontslagen directeur bij de KABK; een deel van de onrust had voorkomen kunnen worden als er veel actiever gecommuniceerd

was over het hoe en waarom van het nieuwe sturingsmodel. Voor iedereen was evident dat het laten slagen van het nieuwe sturingsmodel cruciaal was voor de rust en de continuïteit van het onderwijs. Het was dus veel meer dan een arbeidsconflict en de MR had hier tijdig over geïnformeerd moeten worden. Het bestuur heeft daarbij een lastige afweging moeten maken tussen het belang van zorgvuldigheid en vertrouwelijkheid en heeft dat laten prevaleren boven openbaarheid. Wij zijn van mening dat binnen die afweging ruimte was en zelfs de plicht voor het vroegtijdig vertrouwelijk delen van informatie met de MR. Daarmee had de MR haar rol beter kunnen vervullen in de transitie van het oude naar het nieuwe bestuursmodel. Dat had daarbij onrust deels kunnen verminderen maar niet volledig kunnen voorkomen.
b. Er was gedurende de hele onderzoeksperiode behoefte aan rust en duidelijkheid in de organisatie: wie neemt over welke onderwerpen besluiten, wat is hogeschoolbreed en wat is specifiek voor KABK en KC, wat moet eerst en wat kan wachten. Er leek ondanks enkele verbeteringen nog sprake van oude patronen waarbij beslissingen werden genomen op basis van persoonlijke voorkeuren of status en in diverse gesprekken in zowel 2022 als 2023 hebben we ook kritische geluiden gehoord: gaan de genoemde maatregelen wel echt hun beslag krijgen of wordt alles weer business as usual.
c. De beleidscyclus was nog niet rond, ook niet op het gebied van sociale veiligheid. Daardoor was er voor de instelling als geheel en de faculteiten onvoldoende zicht op de behaalde resultaten en effecten, met als risico dat het herstel niet doorzet en beklijft en dat nieuwe signalen niet worden opgepakt en gemitigeerd.
d. De nieuwe code of conduct werd door gesprekspartners op de inhoud positief gewaardeerd, maar we hoorden ook kritische geluiden over de verdere implementatie en het ‘laten leven’ van de afspraken en richtlijnen die in de code worden geformuleerd.
e. De instelling voldoet op meerdere punten niet aan de WHW (zie bijlage B).

5. Gedurende de onderzoeksperiode hebben we diverse verbeterplannen ontvangen. De oorspronkelijke verbeterplannen waren omvangrijk vanwege het feit dat de tekortkomingen op meerdere onderwerpen betrekking hadden. Langere tijd ontbrak een samenhangende visie op het herstel van sociale veiligheid. Het ontbreken van goede uitkomstenmaten en onvoldoende monitoring hebben er aan bijgedragen dat problemen onnodig lang konden voortduren. Deze situatie verbeterde weliswaar gedurende de onderzoeksperiode, maar was in mei 2023 nog niet volledig opgelost. De oorspronkelijke verbeterplannen werden gedurende het onderzoek aangevuld of vervangen, en bovendien was voortgangsinformatie tussen de faculteiten verschillend van vorm en in detailniveau. Daardoor was het moeilijk om een actueel en volledig beeld te vormen van de situatie.
6. Er was in het verleden geen sprake van een lerende cultuur. Problemen werden ad hoc opgelost of soms gebagatelliseerd. Ook ontbrak een systeem van risicomanagement. Evaluatiegegevens die er wel waren, werden onvoldoende benut. Problemen konden daardoor onder de oppervlakte voortwoekeren. De lerende cultuur binnen de instelling is nog in ontwikkeling. Er was ten tijde van het onderzoek nog geen sluitende beleidscyclus, problemen worden wel geïdentificeerd maar acties om die problemen op te lossen, werden lang niet altijd geformuleerd of opgevolgd.
7. Het beeld op het gebied van professionalisering is niet rooskleurig, daar zijn de voorgenomen scholingsactiviteiten gedurende de onderzoeksperiode niet gerealiseerd. Dat is zorgelijk, omdat daar blijkens zowel interne als externe onderzoeken als uit gesprekken in zowel 2022 als 2023 een enorme inhaalslag te maken was die fundamenteel is voor een veilige leeromgeving. Ook het HR-beleid is weliswaar iets verder uitgewerkt in een notitie voor de hogeschool als geheel en zijn er enkele losse acties ondernomen op faculteitsniveau, maar ook hier zouden naar onze opvatting meer gerichte acties op hun plaats zijn.
8. De sturing op de organisatie is gedurende de gehele onderzoeksperiode onrustig geweest. Er is met de nieuwe sturingsstructuur een nieuw pad ingeslagen met een nieuw cvb dat een balans moet vinden in taken en verantwoordelijkheden met de beide faculteitsdirecteuren. De nieuwe structuur is gemaakt op basis van heldere analyse van eerdere problemen in de aansturing van de organisatie. Juist vanwege de situatie van onrust waaruit de HdK kwam, is bij de benoeming van zowel directeur KABK als van het nieuwe cvb veel aandacht besteed aan rust brengen in de organisatie. De rvt heeft dat ook als nadrukkelijke opdracht aan het cvb meegegeven. Die opdracht is ter hand genomen door het cvb en gemonitord door de rvt maar heeft met het arbeidsconflict een valse start gemaakt. De structuur zal zich echter nog moeten bewijzen en het bestuur zal samen met de raad van toezicht moeten evalueren of de wijze waarop deze in de praktijk wordt gebracht ook de juiste is en wanneer men tevreden is.
9. Ondanks een roep vanuit de organisatie om meer visie op
(gezamenlijkheid) in sturing en beleid, bleven de faculteiten gedurende de onderzoeksperiode grotendeels onafhankelijk van elkaar opereren, ook op gebieden waar dat niet vanzelfsprekend is. De problemen bij de KABK waren weliswaar van een andere orde dan bij het KC, maar er was ook noodzaak voor gezamenlijke acties en prioritering.
10. De problemen uit het verleden zijn niet toe te schrijven aan het huidige bestuur – en overigens ook niet uniek aan het voorgaande bestuur, eerder aan de hogeschoolgemeenschap als geheel. Maar tegelijkertijd slaagde ook het huidige bestuur er niet in om gedurende de onderzoeksperiode een stevige doorbraak te forceren en op alle knelpunten voortgang te boeken, waaronder op het gebied van toetsing en examinering;
11. Tenslotte zien we voldoende bouwstenen voor herstel. Er is een grote verbondenheid en passie voor het vak, er zijn veel acties in gang gezet, er zijn lessen geleerd uit het verleden om tot een beter sturingsmiddel te komen, met de code of conduct ligt een goed basisstuk en studenten en medewerkers zijn op veel punten tevreden. Maar zonder responsieve sturing, een sluitende beleidscyclus en vooral blijvende aandacht voor een gezonde cultuur kunnen deze positieve elementen niet tot wasdom komen.

Vervolgtoezicht
Op basis van het bovenstaande hebben we nog reden tot zorg. Die zorg betreft implementatie van het sturingsmiddel dat zich nog moet bewijzen, het ‘laten landen‘ van de code of conduct, de beleidscyclus die nog in ontwikkeling is, het niet voldoen aan wettelijke bepalingen alsmede de huidige financiële situatie; voor de laatste heeft de inspectie de instelling al een herstelopdracht gegeven.
Daarom continueren we het toezicht op de Hogeschool der Kunsten in Den Haag. We geven het bestuur van de hogeschool de opdracht om te handelen in overeenstemming met wet- en regelgeving. De inspectie verwacht van u binnen 3 maanden na vaststelling van dit rapport inclusief eventuele zienswijze uwerzijds, een plan van aanpak over de voorgenomen verbeteringen. Dat plan van aanpak zal in elk geval moeten omvatten:
1. De implementatie van het nieuwe sturingsmodel, met een eenkoppig college van bestuur en twee faculteitsdirecteuren;
2. De implementatie en opvolging van de code of conduct;
3. Het oplossen van alle wettelijke tekortkomingen die in de bijlage B van dit rapport zijn benoemd. De scholing van examinatoren en een hogeschoolbrede visie op (het waarborgen van de kwaliteit) van toetsing en examinering zal met voorrang moeten worden opgepakt. Daarbij moeten eerdere evaluaties van de examencommissies aantoonbaar een plek krijgen;
4. Het plan van aanpak zal moeten voorzien in een systematiek voor evaluatie en monitoring, passend bij de voorgenomen beleidscyclus met daarbij voor elk van de onder 1 tot en met 3 genoemde onderwerpen meetbare en concrete resultaten en uitkomstmaten, aantoonbaar passend bij de visie en (financiële) draagkracht van de organisatie.

Het door u opgestelde financiële herstelplan voldoet in haar huidige vorm niet aan het in dit rapport aan u gevraagde. Het is aan u als bestuur om te bezien of een separaat plan de voorkeur heeft of dat het huidige verbeterplan in het kader van het AFT wordt aangepast en aangevuld om te voldoen aan de in dit rapport gevraagde verbeteringen en de punten die wij in het verbeterplan terug willen zien.

Conform art. 11, lid 4 van de WOT zal de inspectie uiterlijk binnen een jaar na vaststelling van het rapport een herstelonderzoek bij de HdK uitvoeren om te beoordelen of het herstel daadwerkelijk heeft plaatsgevonden.
Vaststelling inspectierapport
Op 15 maart 2024 heeft de inspectie u het conceptrapport van het onderzoek toegestuurd en u daarbij de mogelijkheid geboden te reageren. De inspectie heeft kennisgenomen van uw reactie op het conceptrapport zoals mondeling toegelicht op 25 april 2024 en verwoord in uw brief d.d. 2 mei 2024. Naar aanleiding van uw reactie heeft de inspectie besloten een tijdlijn aan het rapport toe te voegen. U heeft bij email van 21 mei 2024 de mogelijkheid gekregen om ook op deze tijdlijn te reageren aangezien dit een nieuw onderdeel was van het rapport. Op 28 mei 2024 hebben we van u een reactie ontvangen op deze tijdlijn.

Uw reactie op het conceptrapport heeft geleid tot enkele aanpassingen in dit vastgestelde rapport. U ontvangt hierbij separaat een overzicht van onze reactie op de door u gemaakte opmerkingen en aanvullingen en een beschrijving van hoe de inspectie deze heeft verwerkt in het vastgestelde rapport. Dit overzicht maakt geen deel uit van het vastgestelde rapport.

Het rapport is vervolgens vastgesteld op 4 juni 2024.

Zienswijze
U kunt een zienswijze als bedoeld in artikel 20 van de WOT bij het inspectierapport indienen. De inspectie neemt uw zienswijze in dat geval op in een bijlage bij het rapport. Wanneer u van deze mogelijkheid gebruik wilt maken, dan verzoek ik u uw reactie uiterlijk twee weken na dagtekening van deze brief per post toe te zenden aan: Inspectie van het Onderwijs
t.a.v. Hoger Onderwijs/Ir. J.E.M Opstraat
Postbus 2730
3500 GS Utrecht

en daarnaast als Word-versie per e-mail naar [email protected]. Gelieve in de zienswijze zo weinig mogelijk persoonsgegevens op te nemen met het oog op de AVG en geen afbeeldingen, tabellen of links naar een website te plaatsen in verband met webrichtlijnen van de inspectie.

Publicatie
Op grond van artikel 12a, vierde lid, en artikel 21, eerste lid, van de WOT maakt de inspectie een inspectierapport in de derde week na vaststelling daarvan openbaar, tenzij de aard of omvang van het onderzoek zich tegen openbare rapportage verzet. Daarbij toetst de inspectie ook aan de uitzonderingsgronden van artikel 3, eerste lid en artikel 5, eerste lid van de Wet open overheid.

De inspectie is tot de conclusie gekomen dat zowel de aard als omvang van het onderhavige onderzoek zich niet tegen openbaarmaking van het rapport verzetten en er geen uitzonderingsgronden zijn om dit rapport niet openbaar te maken. De inspectie publiceert het rapport (inclusief uw eventuele zienswijze) daarom in de derde week na de vaststelling daarvan op haar website
(www.onderwijsinspectie.nl). Tegen dit besluit is bezwaar en beroep mogelijk. Aan het einde van deze brief leest u hoe u bezwaar kunt indienen.

Met vriendelijke groet,

Ir. J.E.M. (Annelies) Opstraat
directeur toezicht middelbaar beroepsonderwijs en hoger onderwijs

Bezwaar indienen
Een belanghebbende kan tegen het besluit tot openbaarmaking schriftelijk bezwaar maken binnen zes weken na de dag waarop het besluit is toegezonden. De belanghebbende dient daartoe een bezwaarschrift in bij de inspecteur-generaal van de Inspectie van het Onderwijs, onder vermelding van ‘Bezwaar’, ter attentie van DUO, Postbus 30205, 2500 GE Den Haag. Meer informatie over het maken van bezwaar vindt u op de website: www.bezwaarschriftenocw.nl.

Het bezwaar heeft geen schorsende werking. Dit betekent dat de inspectie het inspectierapport, óók als een belanghebbende bezwaar heeft gemaakt, in de derde week na vaststelling daarvan openbaar zal maken. Om de openbaarmaking tegen te houden, dient een belanghebbende daarom tevens de voorzieningenrechter te vragen het besluit tot openbaarmaking voor de duur van de procedure te schorsen.

Alleen in de gevallen dat een bovenbedoelde voorlopige voorziening is gevraagd, wacht de inspectie met de publicatie van het rapport. Aangezien de inspectie het rapport in de derde week na vaststelling daarvan openbaar maakt, betekent dit dat een belanghebbende binnen twee weken na bovengenoemde datum van vaststelling van het rapport zowel het bezwaar áls het verzoek om een voorlopige voorziening zal moeten indienen.

BIJLAGE A. Tijdlijn gebeurtenissen en onderzoek Inspectie van het Onderwijs

Het onderzoek bestond uit vier fases:
1. een aantal gesprekken direct na het signaal in het NRC;
2. gesprekken en documentenonderzoek in maart 2022;
3. aanvullende documentenanalyse in maart 2023;
4. aanvullende gesprekken en documentanalyse in mei 2023 naar aanleiding van een arbeidsconflict.

2020 2021 2022 20 23 2024
Onderzoek fase 1 fase 2 3 Fase 4
Onderzoek AFT

Tijdlijn gebeurtenissen en onderzoek
Oktober 2020 : tweehoofdig cvb
Het college van bestuur wordt gevormd door de directeuren van de KABK en het KC. Zo is dat ook vastgelegd in het bestuursreglement.
Oktober 2020. Mediaberichten over een oud-student die in de periode van zijn studietijd (2008-2012) op de KABK grensoverschrijdend gedrag zou hebben vertoond. Rondom en na het tijdstip van deze publicatie werden er op diverse social media berichten geplaatst over een vermeend sociaal onveilig studie- en/of werkklimaat binnen de KABK dat ook toen nog zou bestaan. Daarnaast kreeg de Inspectie van het Onderwijs (hierna inspectie) meerdere meldingen van studenten.

BIJLAGE A. Tijdlijn gebeurtenissen en onderzoek Inspectie van het Onderwijs

Het onderzoek bestond uit vier fases:
1. een aantal gesprekken direct na het signaal in het NRC;
2. gesprekken en documentenonderzoek in maart 2022;
3. aanvullende documentenanalyse in maart 2023;
4. aanvullende gesprekken en documentanalyse in mei 2023 naar aanleiding van een arbeidsconflict.

2020 2021 2022 20 23 2024
Onderzoek fase 1 fase 2 3 Fase 4
Onderzoek AFT

Tijdlijn gebeurtenissen en onderzoek
Oktober 2020 : tweehoofdig cvb
Het college van bestuur wordt gevormd door de directeuren van de KABK en het KC. Zo is dat ook vastgelegd in het bestuursreglement.
Oktober 2020. Mediaberichten over een oud-student die in de periode van zijn studietijd (2008-2012) op de KABK grensoverschrijdend gedrag zou hebben vertoond. Rondom en na het tijdstip van deze publicatie werden er op diverse social media berichten geplaatst over een vermeend sociaal onveilig studie- en/of werkklimaat binnen de KABK dat ook toen nog zou bestaan. Daarnaast kreeg de Inspectie van het Onderwijs (hierna inspectie) meerdere meldingen van studenten.
Oktober 2020 tot eind 2021. Fase 1 inspectieonderzoek. In deze periode heeft de inspectie diverse malen en met diverse betrokkenen gesproken. Met de instelling zijn tijdens de verkenning afspraken gemaakt, onder andere over het informeren van de inspectie.

Gesprekken
– het cvb

Tijdlijn gebeurtenissen en onderzoek
– de rvt
– de interim-directeur
– een melder

Documenten
Gedurende deze fase van het heeft de inspectie van de instelling het rapport van Bezemer Schubad en het plan van aanpak van de interim-directeur van de KABK ontvangen (zie hieronder).
2 november 2020. Opdracht door rvt om een onafhankelijk onderzoek naar de sociale veiligheid bij de KABK te laten uitvoeren. Het onderzoek werd uitgevoerd door Bezemer Schubad. Ook oud-studenten en medewerkers werden opgeroepen te reageren. In totaal zijn door het onderzoeksbureau 102 gesprekken gevoerd en 66 respondenten hebben schriftelijk gereageerd.
Oktober 2020-maart 2021: directeur KABK legt werk neer en vertrekt Na het signaal over grensoverschrijdend gedrag van de oud-student en het daarop volgende onderzoek, legt de directeur van de KABK haar werk neer en vertrekt enkele maanden later.
Maart 2021- december 2021: Besluitvorming nieuwe sturingsmodel. De rvt werkt -mede gevoed door de bevindingen uit het rapport van Bezemer Schubad en aanbevelingen van de medezeggenschapsraad – aan een nieuw sturingsmodel, waarbij de topstructuur bestaat uit een eenhoofdig college van bestuur, dat samen met de directeuren van de KABK en het KC het topmanagement van de hogeschool zal gaan vormen.
April 2021-Juni 2021: Interim-directeur KABK. De raad van toezicht benoemt een interim-directeur voor de KABK. Deze start op 12 april 2021. Deze interim-directeur formuleert in opdracht van de RvT een verbeteraanpak. Tegen die aanpak is verzet vanuit de organisatie, waarop de interim directeur besluit zijn opdracht eind juni 2021 terug te geven.
Juli 2021- April 2022: directeur KC tevens directeur KABK. Vanaf dat moment is de directeur KC het enige lid van het college van bestuur en tevens plaatsvervangend directeur van de KABK. Binnen de KABK wordt een

Tijdlijn gebeurtenissen en onderzoek
kwartiermakersgroep ingesteld, bestaand uit verschillende afdelingshoofden, die verantwoordelijk wordt voor het opstellen van een verbeteraanpak.

Inspectieonderzoek fase 2. Gesprekken en documentenonderzoek Op 24 januari 2022 heeft de onderzoeksleider uw instelling telefonisch geïnformeerd over dit besluit en een korte toelichting op de onderzoekslijn gegeven. Op 8 februari 2022 is de opzet van het onderzoek per brief aan de instelling gecommuniceerd, en is een lijst met documenten opgevraagd. Op 21 en 23 maart 2022 is met diverse personen van de instelling gesproken, zowel op locatie bij de hogeschool als online. In oktober 2022 en januari 2023 heeft de inspectie de voortgang van het onderzoek en de verbeteringen in de instelling besproken met de instelling.

Gesprekken maart 2022:
1. het toenmalig college van bestuur samen met de adjunct directeuren KABK en KC (twee gesprekken)
2. delegatie van kwartiermakers KABK
3. de raad van toezicht
4. delegatie docenten BA Muziek (van de KC) en BA Beeldende Kunst en Vormgeving (van de KABK)
5. delegatie studenten BA Muziek (van de KC) en BA Beeldende Kunst en Vormgeving (van de KABK)
6. de examencommissies van BA Muziek (van de KC) en BA Beeldende Kunst en Vormgeving (van de KABK)
7. delegatie Centrale Medezeggenschap
8. leden Working group Confidentiality, Complaints and Consent
9. gesprek met klager

Documenten
Op verzoek van de inspectie heeft de instelling voorafgaand aan de gesprekken in maart 2022, de volgende documenten opgestuurd:
1. Plannen van aanpak van KABK respectievelijk KC 2. Studentenstatuut

Tijdlijn gebeurtenissen en onderzoek
3. Bestuurs- en beheersreglement
4. Voorstel vernieuwing topstructuur
5. Wervingsprofiel nieuwe directeur KABK
6. De Onderwijs- en examenregelingen van de afgelopen twee studiejaren voor de opleidingen BA Muziek en BA Beeldende Kunst en Vormgeving
7. De twee meest recente jaarverslagen van de examencommissies van de BA Muziek en de BA Beeldende Kunst en Vormgeving
8. De huidige gedragscode
9. Aanpak “Working group Confidentiality, Complaints and Consent” (C3)
10. Aanpak project nieuwe gedragscode
11. Gedragscode studentendecanaat
12. Protocol vertrouwenspersonen
13. Integriteitscode
14. Klachtenregeling ongewenst gedrag (huidig en gereviseerd)
15. Online informatie over de klachtprocedure
16. Klachtenregeling anonieme meldingen door studenten
17. Verzameldocument met passages uit de RIE
18. Notitie werkdrukbeleid
19. Aanzet contractenbeleid docenten KABK
20. Recente reactie van de Inspectie SZW n.a.v. inspectieronde arbeidsdiscriminatie
21. Verzameldocument met klachten die ingediend zijn bij de instelling in de periode 2016-heden
Juni 2022: benoeming nieuwe directeur KABK. Als eerste wordt de nieuwe directeur KABK benoemd, conform de voorgenomen planning. De keuze wordt gemaakt voor een directeur met veel ervaring in de kunstensector. De raad van toezicht, de MR, afdelingshoofden en enkele sleutelfiguren zijn betrokken bij de selectieprocedure.
September 2022: benoeming huidig voorzitter college van bestuur.
Vervolgens wordt de voorzitter cvb geworven. De directeuren van KABK en KC zijn beiden betrokken bij de besluitvorming, onder regie van de voorzitter rvt.
Met deze benoeming is de bezetting van de nieuwe topstructuur compleet.

Tijdlijn gebeurtenissen en onderzoek
Februari 2023: benoeming nieuwe directeur KC. Vanwege de pensionering van de directeur KC, wordt onder aanvoering van de nieuwe voorzitter cvb een nieuwe directeur KC geworven. Deze start per februari 2023.
September 2022-juli 2023: conflict en ontslag.
Vanaf de start van de nieuwe voorzitter cvb worden er door de nieuw benoemde directeur KABK vraagtekens geplaatst bij het in december 2021 vastgestelde bestuursmodel. Dat leidt uiteindelijk tot een conflict waarbij de gehele
onderwijsgemeenschap binnen de KABK betrokken raakt. Dit conflict leidt tot een schorsing en uiteindelijk heeft de rechtbank de arbeidsovereenkomst van de pasbenoemde directeur per 1 juli 2023 ontbonden

Februari-Maart 2023. Inspectie onderzoek fase 3. Voortgangsgesprek en aanvullende documentenanalyse
Begin februari 2023 heeft de instelling op verzoek van de inspectie een aanvullende set met documenten ter beschikking gesteld. Deze documenten betroffen:

Voor de faculteit KABK:
Betreffende de herijking van toetsbeleid en onderwijsvisie:
1. Faculteitsplan KABK 2022-2024
2. Plan van aanpak curriculumherziening bachelors
3. Accreditatierapport bachelors Fine Art Design ihkv de pilot Instellingsaccreditatie
4. Presentative input onderwijsvisie
5. Draft vision on shared part bachelorprogrammes
6. Year Plan Research Discourse 2022-2023
7. Een programma van de ba Design, afdeling Interior Architecture and Furniture Design
Betreffende borging beleidsmaatregelen:
1. Introduction days booklet 2022-2023 en presentatie introductiedagen
2. Aankondiging presentatie gedragscode studenten en medewerkers
3. Voorlichting nieuwe medewerkers
4. Geactualiseerde sollicitatiecode
5. Visie op arbeidsverhoudingen
6. Beleid inzake alcohol en drugs

Tijdlijn gebeurtenissen en onderzoek
7. Vernieuwde gedragscode (KABK en KC)
8. Concept huisregels en ordemaatregelen als onderdeel van nieuw studentenstatuut
Betreffende scholing en professionalisering:
1. The artist as a teacher 2022-2023
8. Oproep didactische scholing November 2022 Betreffende monitoring en evaluatie:
1. NSE scores bachelors 2021 en 2022
2. Toelichting over toegevoegde vragen over veiligheidsbeleving
3. Extra NSE scores Masters (2021 en 2022)
4. Verslagen en planning studentvertegenwoordiging
5. Impressies decaan zoals gedeeld met afdelingshoofden
6. Update vernieuwde RIE Betreffende naleving:
1. Recente verslagen opleidingscommissies
2. Informatie over de samenstelling van de OC
3. Study Guides Fotografie 2022-2023 (deeltijd en voltijd) Overige aanvullende informatie over voortgang:
1. Presentatie bosdag 15-2-2022
2. Gedragscode decanen HdK miv juni 2022
3. Informatie Studiegroep safe and engaging learning environment
4. Programma heidagen KABK
5. Voortgangsrapportage kwartiermakers

Voor de faculteit KC:
Betreffende de herijking van toetsbeleid en onderwijsvisie en monitoring voortgang beleidsacties:
1. Verslagen stafoverleg
2. Verslagen hoofdenoverleg
3. Verslagen studentenpanels Voor wat betreft de naleving:
1. Verslagen opleidingscommissie
2. Samenstelling OC

Tijdlijn gebeurtenissen en onderzoek
3. Studiegids Muziek
Mei 2023. Inspectieonderzoek fase 4.
Eind maart 2023 ontving de inspectie van het college van bestuur een melding over een arbeidsconflict binnen de instelling. Tevens ontving de inspectie in die periode een melding van een betrokkene en was er in de media aandacht voor datzelfde conflict. De inspectie heeft daarop besloten het onderzoek te verlengen en uit te breiden. Op 6 april 2023 heeft de inspectie de instelling over dit besluit geïnformeerd. De inspectie heeft op 16 mei 2023 met diverse betrokkenen binnen de instelling gesproken en aanvullende informatie opgevraagd en onderzocht.
Gesprekken
1. gesprek met de directeur KABK die op dat moment geschorst was
2. gesprek met de directeur KC
3. gesprek met student- en docentleden van DMR en CMR
4. gesprek met voorzitter college van bestuur
5. gesprek met vier leden van de raad van toezicht en de secretaris cvb/rvt
6. gesprek met adj. directeur KABK en afdelingshoofden bedrijfsvoering en kwaliteitszorg
Aanvullende documenten
– resultaten medewerkerstevredenheidsonderzoek
– voorlopige resultaten NSE
– verslagen overleg rvt en cvb
April 2023-einde onderzoek: Interim-directie KABK. Vanaf de schorsing van de directeur KABK worden deze taken waargenomen aanvankelijk door het cvb en de adjunct-directeur onderwijs en vanaf eind mei door een interim-directie bestaande uit drie afdelingshoofden.
21 september 2023. Instelling onder AFT (aangepast financieel toezicht)
15 maart 2024. Concept rapport.
25 april 2024. Gesprek hoor wederhoor inspectie en HdK
2 mei 2024. Schriftelijke reactie op concept rapport.
21 Mei 2024. Aanvullende wederhoor op toegevoegde tijdlijn
5 juni 2024. Vastgesteld rapport.
19 juni 2024. Zienswijze ontvangen.
25 juni 2024 vastgesteld rapport gepubliceerd.

BIJLAGE B: Bevindingen naleving
Examinering en toetsing (artikelen 7.10, 7.12, 7.12 a, b en c, 7.13, en 7.14 van de WHW)

1. Beide faculteiten beschikken over een Onderwijs en examenregeling (hierna: OER), conform de WHW wordt deze jaarlijks herzien.
2. De OERen van zowel de KABK als het KC bieden onvoldoende houvast aan studenten, ondanks de onderliggende study guides of handbooks. Door combinaties van OER en study guides/curriculum handboeken moeilijk de weg te vinden en wat het op dat moment geldige document is, welke regels gelden en welk studieprogramma bedoeld wordt. We hebben de OERen van KABK (ba autonomous fine art, ba design studiejaren 2020/2021 en 2021/2022) en KC (meerdere ba en ma opleidingen uit de studiejaren idem) beoordeeld met specifieke aandacht voor toetsvormen, beoordelingscriteria en informatie over procedures rondom klachten fraude. De OERen verschillen in hun tekortkomingen. We komen tekortkomingen tegen op het gebeid van toetsvormen en beoordelingscriteria (onduidelijk beschreven of ontbreken), specifieke taakinvulling van de examencommissie (nu soms slechts een herhaling van de wetstekst), informatie over waar en bij wie je klachten kunt indienen. De OER van KABK voldoet niet, aangezien er nergens wordt vermeld dat studenten ook bij de examencommissie (hierna: EC) zelf een klacht kunnen indienen. De directe doorverwijzing van studenten naar het College van beroep voor de examens (hierna: Cobex) zonder tussenkomst van de examencommissie is niet conform de WHW.
3. De samenstelling van beide examencommissies is conform de wet.
4. De examencommissies informeren zich geregeld over de kwaliteit van toetsing, onder andere in de vorm van bijwoningen, ook bij de andere faculteit. De examencommissies hebben beeld van de knelpunten in de beoordeling.
5. De rol van de examencommissie lijkt echter niet verder te gaan dan dit te melden, ofwel in een feedbackgesprek ofwel in het jaarverslag. De wettelijke opdracht van de EC is echter breder: zij is de hoeder van de kwaliteit. Alleen het signaleren van knelpunten voldoet daarom niet. De examencommissie moet haar positie beter innemen, maar de kennis en kunde van de examencommissie moet ook veel meer betrokken worden in de verbetering van het toetsbeleid.
6. Het bestuur geeft de door de examencommissie herhaaldelijk geuite zorgen onvoldoende urgentie en draagt hiermee onvoldoende zorg voor het onafhankelijk en deskundig functioneren van de examencommissie. Het bestuur heeft niet zorg gedragen voor voldoende gekwalificeerde examinatoren, door onvoldoende aandacht te hebben voor de Basis Kwalificatie Examinering en Senior Kwalificatie Examinering en overige scholing.
Rechtsbescherming van studenten (artikelen 7.59, 7.59a, 7.59b,7.60 en 7.61 van de WHW)
7. De instelling heeft zich veel moeite getroost om in de onderzoeksperiode alle klacht- en inspraakprocedures tegen het licht te houden en te verbeteren;
8. Er zijn interne en externe vertrouwenspersonen en een klachtencommissie;
9. Er bestaat binnen de instelling toegankelijke faciliteit, echter door de invulling via de secretaris van het cvb kan er naar het oordeel van de inspectie sprake zijn van (de schijn van) belangenverstrengeling en onveiligheid. Daarmee vormt de huidige constructie een bedreiging voor het vertrouwen in een onafhankelijke afhandeling en daarmee de bereidheid om een klacht in te dienen;
10. Het studentenstatuut (versie juni 2023) kan informatiever als het gaat om klachtrecht. De student kan beter geïnformeerd worden over verschillen tussen klacht, beroep en bezwaar. Ook wordt de student verwezen naar verschillende regelingen, zonder dat een volledig overzicht wordt geboden van die regelingen en wordt soms rechtsreeks naar documenten verwezen en soms naar de algemene website van de hogeschool. Tenslotte is het voor de student niet in alle gevallen duidelijk welke van de genoemde klachten bij wie moeten worden ingediend (los van bij de toegankelijke faciliteit, zoals bijvoorbeeld rechtstreeks contact met een vertrouwenspersoon), welke termijn dan specifiek van toepassing zijn en wanneer en waartegen wel en niet beroep en bezwaar kan worden gemaakt.

Medezeggenschap (artikelen 10.3c, 10.16, 10.17, 10.19, 10.20 tot en met 10.25, 10.21 en 10.22 van de WHW)
11. De instelling beschikt over de voorgeschreven opleidingscommissies;
12. De instelling leeft de artikelen betreffende de Medezeggenschap na;
13. De medezeggenschap is naar het oordeel van de inspectie onvoldoende actief geïnformeerd zowel bij de totstandkoming van de plannen van aanpak rondom sociale veiligheid als in het conflict met de ontslagen directeur. Daardoor kon ze haar taak niet naar volle bedoeling uitvoeren;
14. De HdK beschikt over een actuele en vindbare regeling voor de medezeggenschap.

Inrichting en bestuur (artikelen 10.3, 10.3b en 10.3d van de WHW)
15. Het bestuursreglement voldoet aan de wettelijke vereisten maar is weinig informatief; het verdient toespitsing op de specifieke situatie van de HdK, a fortiori gezien het verleden met een vrijwel ontbrekende sturing voor de instelling als geheel. Het conflict met de directeur KABK geeft hier ook aanleiding toe;
16. Er is een rvt die zowel qua samenstelling als werkzaamheden voldoet aan de
WHW;
17. De rvt heeft actief ingegrepen naar aanleiding van het signaal over sociale onveiligheid maar heeft daarna snel weer afgeschaald – waar naar het oordeel van de inspectie gegeven de historie en de omvang van de problematiek nadrukkelijker gemonitord had moeten worden. Ook had ze gedurende het ontbreken van een volledig cvb en de overgang naar een nieuw sturingsmodel scherper kunnen monitoren;
18. Bij het conflict met de ontslagen directeur heeft de rvt naar het oordeel van de inspectie zorgvuldig zowel het individuele belang als het belang van de organisatie als geheel afgewogen en is de dialoog aangegaan aangegaan met de geschorste directeur en het cvb en later ook met de MR.;
19. Het cvb (en met haar de rvt) is er evenwel niet in geslaagd om gedurende de hele periode dat het (arbeids)conflict speelde de MR voldoende te betrekken zodat de MR haar taak niet volledig heeft kunnen uitvoeren.

BIJLAGE C: zienswijze Hogeschool der Kunsten Den Haag

Geachte mevrouw Opstraat,
Dank voor het vastgestelde rapport van het onderzoek naar de naleving van wet- en regelgeving in het kader van sociale veiligheid, dat de Inspectie van het Onderwijs bij onze instelling heeft uitgevoerd. Graag geven wij onze zienswijze hierop en nemen we u mee in onze aanpak die in feite al gaande was voor het uitkomen van het rapport. We hopen hierbij samen met de Inspectie bij te dragen aan het naleven van de gedragsregels omtrent sociale veiligheid en het borgen in de organisatie.
Inleidend
Het rapport verschijnt na een periode van 3,5 jaar waarin in enkele termijnen korte onderzoeken door interviews en documentenonderzoek hebben plaatsgevonden. Nu het rapport is vastgesteld, zijn daar waardevolle adviezen in verwerkt waar de hogeschool zijn voordeel mee zal doen. We waarderen de bevindingen over naleving van wet- en regelgeving en stellen het op prijs dat de Inspectie ziet en erkent dat er goede stappen zijn en worden gezet op het thema sociale veiligheid. Onze recente NSE resultaten laten zien dat we daar goede scores op halen. Ook onze accreditatieresultaten laten een goede ontwikkeling zien. U spreekt waardering uit voor het handelen van de RvT in de eerste periode van crisis. De Inspectie verwijst naar het herstelplan van de hogeschool waarin een integrale, meerjarige aanpak is gekozen om op organisatie, strategie, ontwikkeling, investering en bezuinigingen de weg vooruit te vinden. Het thema sociale veiligheid is daar onlosmakelijk mee verbonden, want een hogeschool op orde creëert de randvoorwaarden voor een veilige leer- en werksetting. De hogeschool zet dit proces door.
Hieronder benoemen we ook een aantal teleurstellende elementen uit het vastgestelde rapport die we in de conceptfase ook hebben aangereikt, maar die niet hun weg hebben gevonden in het definitieve rapport. Ze betreffen met name de duur van het onderzoek en de effecten daarvan, de rol die de Inspectie daarin had kunnen nemen en kritische kanttekeningen op conclusies die worden getrokken.
Proces en duur van onderzoek
Van de Inspectie van het Onderwijs mag worden verwacht dat ze de instellingen – haar ‘objecten van toezicht‘ – in staat stelt blinde vlekken te adresseren en daarbij een zekere druk oplegt om binnen afzienbare tijd resultaten te boeken. Het is daarbij van belang dat de Inspectie tijdig conclusies uit onderzoek deelt zodat de betreffende organisatie in staat is om adequaat opvolging te geven. Een onderzoeksperiode van 3,5 jaar is op dat vlak niet behulpzaam geweest en in feite belemmerend voor sneller herstel en vooruitgang.
Het rapport duidt twee belangrijke momenten aan waarop het onderzoek zich concentreerde. De aanleiding in 2020, een artikel in NRC over sociale veiligheid, en een tweede moment waarin aanvullend onderzoek werd aangekondigd en uitgevoerd naar aanleiding van een arbeidsconflict. Tussentijds zijn er lange periodes geweest waarin de Inspectie met de hogeschool geen contact onderhield. Het is onduidelijk, waarom de Inspectie geen rapportage of conceptrapportage heeft opgeleverd, ondanks herhaaldelijke verzoeken vanuit de hogeschool om communicatie over de voortgang. Dit heeft in januari 2023 tot excuses geleid van de toenmalige directeur van de Inspectie, waarna het overigens zonder enig contact weer bijna 3 maanden duurde voordat de Inspectie ons begin april 2023 opnieuw benaderde, met de aankondiging van verlenging van het onderzoek.
Ontstane onrust binnen de KABK vanwege een ontslagprocedure van de directeur was voor de Inspectie aanleiding om aanvullend onderzoek te doen en geen rapport of tussenrapport op te leveren. Vervolgens werd door de Inspectie echter nogmaals maandenlang geen communicatie verstrekt over de voortgang of verzending van het conceptrapport. Er verstreken tien maanden na de tweede interviewronde in mei 2023 voordat we in maart 2024 een conceptrapportage onder ogen kregen. In een gesprek en in onze schriftelijke reactie in het kader van wederhoor tijdens de conceptfase van de rapportage hebben we dit aan de orde gesteld. Vervolgens is door de Inspectie in het definitieve rapport een zeer gedetailleerde tijdlijn toegevoegd waaruit blijkt dat het onderzoek uit vier fasen bestond over de periode oktober 2020 – juni 2024. Van deze fasering zijn we niet op de hoogte gesteld.

De onduidelijkheid over proces en voortgang heeft frustrerend gewerkt voor alle geledingen uit onze organisatie die aan de interviewrondes hebben deelgenomen. Het heeft ook geleid tot een rapport dat daardoor in de achteruitkijkspiegel kijkt en dat ons in de periode dat we de aanbevelingen hadden kunnen gebruiken niet is aangereikt. We vinden daarom dat de Inspectie de hogeschool eerder had kunnen en moeten informeren.
De Inspectie lijkt onvoldoende op de hoogte van de huidige stand van zaken. De rapportage kijkt ver terug in de tijd en neemt de integrale aanpak zoals geformuleerd in het hogeschool herstelplan van november 2023 niet mee in haar overwegingen. Kern van de problematiek geduid in het herstelplan is dat ”alles met alles” samenhangt en dat een aanpak die slechts deelproblemen adresseert niet succesvol kan zijn. Het thema sociale veiligheid, wat toch de kern van het onderzoeksvraagstuk is waar de Inspectie op heeft geacteerd, is onlosmakelijk verbonden met een groot deel van de overige aangegeven problematiek. Het rapport van Bezemer Schubad maakte dat destijds al duidelijk. Het laat ook zien, dat de complexiteit van de herstelopdracht groot is en veel tijd vraagt.
Overige kritische kanttekeningen
De bevinding van de Inspectie na het aanvullend onderzoek dat onrust rondom het arbeidsconflict met de directeur KABK voorkomen had kunnen worden als er veel actiever was gecommuniceerd over het hoe en waarom van het nieuwe bestuursmodel en dat de MR hier tijdig over geïnformeerd had moeten worden, is feitelijk onjuist. Met deze conclusie gaat de IvhO voorbij aan het feit – waarvan zij weet heeft – dat het nieuwe bestuursmodel in 2021 met instemming van de MR is vastgesteld en vervolgens breed is gecommuniceerd onder meer door publicatie in de facultaire nieuwsbrieven en op de website. Ook is het nieuwe bestuursmodel door het voormalige college van bestuur veelvuldig geïntroduceerd in facultaire overlegsituaties, ruim voordat tot invoering per september 2022 is overgegaan.
Met de analyse miskent de Inspectie ook het belang van de door het CvB gevolgde werkwijze om de aanzegging tot ontslag van de directeur KABK met de medezeggenschap te delen vanaf het moment dat duidelijk was dat een oplossing niet meer voorhanden was, juist ter bescherming van de betrokken functionaris. Eerder vertrouwelijk delen met de medezeggenschap had overigens ook de onrust die ontstond niet kunnen voorkomen. Het zou de medezeggenschap in de positie hebben gebracht dat men wel iets wist, maar daar niets mee kon doen en dus ook geen rol kon spelen om de potentiële onrust te dempen. Het CvB was zich bewust van het risico dat de faculteitsdirecteur onrust zou veroorzaken in een poging om zijn positie te versterken. Het belang van zorgvuldigheid en vertrouwelijkheid heeft echter geprevaleerd boven openbaarheid, juist in het belang van sociale veiligheidsvraagstukken. Ook was vooraf delen met de MR op dat moment niet opportuun omdat op dat moment nog altijd de mogelijkheid bestond dat het tij ten goede zou keren. Uiteindelijk is de ontslagaanzegging door de rechtbank bekrachtigd met een ontbinding van de arbeidsovereenkomst op grond van ‘ernstig verwijtbaar handelen’ omdat het de directeur was die de onrust bewust veroorzaakte terwijl hij in mei 2022 was aangenomen met onder meer de opdracht rust te brengen.
De hogeschool houdt staande dat in de gegeven omstandigheden en gezien de dilemma’s de door het bestuur gevolgde weg het meest passend was. De contacten met de medezeggenschap zijn hierdoor niet geschaad. De medezeggenschap heeft daarbij op het moment dat de informatie wel gedeeld was en in de periode erna een goede rol gespeeld om de rust in de organisatie te herstellen.
Tot slot
De hogeschool heeft de afgelopen jaren al veel ondernomen ten gunste van een veilig studie- en werkklimaat en gaat verder aan het werk met de adviezen, opdrachten en bevindingen van het vastgestelde rapport. Er zitten waardevolle bemerkingen in en het geeft zicht op de complexe uitdagingen van onze hogeschool. Het is evenwel jammer dat vaststelling van het rapport zo lang heeft geduurd en niet getuigt van grondig inzicht in de feitelijke situatie en ontwikkeling van de hogeschool.
Met vriendelijke groet,

College van Bestuur Hogeschool der Kunsten Den Haag

Bericht van Robin van Klacht.nl

5 maanden geleden - Ik heb een bericht op Twitter geplaatst over deze klacht over Haagse Hogeschool

Bericht van Robin van Klacht.nl

5 maanden geleden - Ik heb een bericht op Twitter geplaatst dat deze klacht over Haagse Hogeschool nog niet in behandeling is genomen.

Alle klachten die gemeld zijn door slechtekunstacademie
💡

Tip van onze consumentenexpert

Als consument in Nederland heeft u sterke rechten. Bij klachten kunt u de interne klachtenprocedure doorlopen, naar de Geschillencommissie of het Kifid stappen, of advies vragen bij ConsuWijzer.

Bron: ConsuWijzer / ACM