Mijn Klacht:
Ik heb een klacht ingediend over het stopzetten van mijn behandeling bij PsyQ in Breda (psychiater Ingrid Jansen en medisch verpleegkundige Eveline van den Boogaard. Ik heb vervolgens uitgebreid gesproken met de klachtenfunctionaris Evy Ligtvoet. Daarna zou zij mijn klacht onderzoeken. Uitkomst: PsyQ heeft de behandeling gestopt omdat zij geen mogelijkheden hadden om de behandeling voort te zetten. Dat wist ik al. Dat stond ook in de overdracht naar de huisarts. Maar mijn vraag was: Waarom ziet PsyQ in Breda geen mogelijkheid om een behandelplan uit te voeren wat nb. door collegapsychiater Sandra Kooij in Den Haag is gemaakt? En waarom stuurt psychiater Jansen mij dan niet terug als ze de behandeling niet uit kan voeren? En als psychiater Jansen meent dat er nog andere problemen spelen, waarom verwijst ze dan niet door naar iemand die dat kan onderzoeken? En als ze meent dat verder behandelen uberhaupt geen zin heeft, op basis waarvan trekt ze die conclusie dan? Op deze vragen kon mevrouw Ligtvoet geen antwoord geven. Ze was pas na aandringen van mijn kant bereid om daar alsnog een poging toe te gaan doen, zonder aan te kunnen geven hoelang die poging zou kunnen gaan duren. De verzekeringsarts van het UWV wees mij erop dat sinds 2020 de wet WGBO bestaat die aangeeft dat behandelingen niet gestopt mogen worden zonder dat het voor de patient duidelijk is waarom en waar hij/zij dan wél terechtkan of wat er verder moet gebeuren. De vragen waarop ik geen duidelijk antwoord heb gekregen heb ik 2 weken geleden alsnog gemaild naar mevrouw Ligtvoet, zonder reaktie. 4 dagen geleden heb ik wederom gevraagd (per mail) of ze wil reageren. Wederom geen reaktie.
Gewenste Oplossing:
Contact UWV en behandelaar
Een psychiater bij een gespecialiseerde (ADHD) GGZ-instelling kan gedetailleerde informatie geven m.b.t. de toestand waarin de cliënt zich bevindt.
De UWV-arts/huisarts/ werkgever is niet gespecialiseerd en kan/mag NIET OVERLEGGEN over de cliënt m.b.t. diens toestand. De UWV-arts mag alleen (met toestemming van de cliënt) controleren (bij een huisarts en/of behandelaar) of de mondelinge informatie die de cliënt deelt, klopt.
Aangezien de psychiater schriftelijke informatie heeft gedeeld, is dat hier niet van toepassing.
Begrijpelijke informatie
De cliënt zelf heeft recht op begrijpelijke informatie m.b.t. diens toestand. De zorgverlener heeft de plicht deze informatie te delen. Als de behandeling die geïndiceerd is niet (meer) kan plaatsvinden, heeft de zorgverlener de plicht om in begrijpelijke taal, AAN DE CLIËNT uit te leggen waarom niet.
Als de zorgverlener niet in staat is om dit goed uit te leggen moet hij verwijzen naar een collega binnen de organisatie die daar wél toe in staat is. (De psychiater is binnen een GGZ-organisatie degene die alle informatie kan geven over de toestand van de cliënt én de behandeling die wel/niet mogelijk is om de toestand van de cliënt te verbeteren. Indien nodig wordt hij geraadpleegd om meer uitgebreide /gedetailleerde/specifieke informatie te geven, zodat e.e.a. duidelijk wordt voor de cliënt).
De cliënt is de enige die vervolgens aan kan geven of hij de informatie begrijpt.
Tijdelijk afzien van behandeling
Indien de toestand TIJDELIJK niet te behandelen/verbeteren is, dient de zorgverlener aan de cliënt in begrijpelijke taal, aan te geven waarom niet en wanneer wél, totdat de cliënt het begrijpt.
Degene die de behandeling heeft voorgesteld (i.d.g. de collega bij een andere vestiging en NIET de huisarts) dient hiervan ook op de hoogte te worden gesteld en zij bespreken samen aan WELKE VOORWAARDEN de cliënt moet voldoen om wel behandeld te kunnen worden en wie daarna de behandeling zou moeten overnemen.
Het doel is dat de cliënt begrijpt WANNEER de verdere behandeling moet plaatsvinden en bij WIE hij dan een afspraak moet maken.
Onderzoek
Indien er in de tussentijd nog verder onderzoek nodig is naar de toestand van de cliënt, overlegt de behandelaar dit (met collega’s, huisarts, andere behandelaren) en/of geeft CONCREET aan waaruit dat onderzoek moet bestaan, WIE dat kan uitvoeren en WANNEER dat zou moeten gebeuren. Hierbij moet het (wederom) voor de cliënt duidelijk zijn WAAR hij terecht kan hiervoor.
Ook moet het mogelijk zijn om dit onderzoek te ondergaan. Indien (nog) niet mogelijk, blijft de zorgverlener contact houden totdat de cliënt wél in staat is om het onderzoek te ondergaan, aangezien dit onderzoek (volgens de behandelaar) voorwaarde is om verder te kunnen behandelen.
Geen behandeling meer mogelijk
Indien er geen behandeling meer mogelijk is, heeft de zorgverlener de verplichting om in begrijpelijke taal uit te leggen aan de cliënt, waarom niet. Degene die de behandeling heeft voorgesteld wordt hiervan ook door de zorgverlener op de hoogte gesteld.
Indien de cliënt daarom vraagt (om bijv. een uitkering aan te vragen of een werkgever op de hoogte te stellen), moet de zorgverlener (in begrijpelijke taal) aan de cliënt SCHRIFTELIJKE informatie geven waaruit blijkt dat verdere behandeling niet mogelijk is en waarom niet. Dit om misverstanden in de communicatie te voorkomen.
De cliënt mag hierover vragen (blijven) stellen totdat voor hem duidelijk is dat er op papier staat overeenkomt met de informatie die hij eerder heeft gehad. De cliënt bepaalt met wie hij deze informatie deelt. Indien blijkt dat deze informatie onvoldoende is (voor werkgever/uitkeringsinstantie) mag ALLEEN de cliënt om extra informatie/uitleg vragen bij de behandelaar.
De werkgever/ uitkeringsinstantie mag alleen CONTROLEREN (bij de behandelaar) of deze mondelinge extra informatie/uitleg klopt.
Zorgplicht
Onnodig te zeggen dat dit bovenstaande vrijwel altijd belastend (van het kastje naar de muur sturen) is voor de cliënt (ook al moet de privacy gewaarborgd blijven en is de cliënt eindverantwoordelijk).
De zorgverlener zou er dan ook op moeten toezien dat de informatie m.b.t. de behandeling (of het niet behandelbaar zijn) DUIDELIJK, CONCREET en BEGRIJPELIJK is voor leken/niet gespecialiseerde artsen en OP SCHRIFT staat (zodat er geen miscommunicatie kan plaatsvinden bij de overdracht). Hiermee wordt de last voor de cliënt tot een minimum beperkt. Ook hierin ligt een zorgplicht van de zorgverlener.


