Mijn Klacht:
Hof had okt 2015 beslist dat er via OTS omgang en uitbreiding daarvan tussen minderjarig kind en mij als vader georganiseerd moest worden. In de relevante stukken staat op bijna iedere pagina dat ik als vader aandacht vraag voor het patroon van oudervervreemding; moeder houdt mij om rare redenen bij onze zoon weg, beschuldigt mij valselijk alsof ik geprobeerd zou hebben haar en ons kind te vermoorden en daarbij negeert ze gerechtelijke bevelen. Omdat emotioneel gezonde mensen zulks niet doen zou je toch denken dat moeder andere hulp nodig heeft, maar dat wil maar niet doordringen bij JBN…
De opstart van de activiteiten duurde dermate lang dat de omgang niet werd gerealiseerd voordat de feestdagen zonder omgang voorbij gingen.
Terwijl dit niet in de opdracht stond werd de omgang onder toezicht opgestart; wat moet mijn zoon wel gedacht hebben dat hij zijn vader na enkele maanden zonder contact alleen onder toezicht van vreemdeling en in een kamertje apart mocht zien…?
Na wisseling van voogd leek er omgang op gang te komen maar moeder frustreerde die door kind vroegtijdig van school te halen. Dit hebben ze vanuit JBN 12 keer laten gebeuren. Hof had hier een boete op gezet maar JBN had niet in de gaten dat dit niet het verschil ging maken; moeder had in de gaten dat JBN niet de opdracht maar hun eigen beleid uitvoerde en dat luidt: RUST VOOR HET KIND. Dus toen er op de meest stupide manier denkbaar een spoed UHP werd gearrangeerd werkte dat uitsluitend voor de financien van JBN positief uit; zij verdienden over de rug van getraumatiseerd kind duizenden euro’s zonder dat er enige echte vooruitgang werd geboekt. De eenvoud van de dynamiek werd niet ingezien; al waar JBN oog voor had was vasthouden aan het eigen beleid. Verwijzingen naar andere bronnen die met wetenschappelijke onderbouwing aangeven hoe schadelijk dit beleid is voor de persoonlijkheidsontwikkeling van kinderen werd niks mee gedaan.
Toen er in juli 2016 aan Hof gerapporteerd moest worden loog de betreffende voogd zowel schriftelijk als mondeling jegens de rechter over de kwaliteit tussen omgang tussen vader en zoon; dit met instemming van haar achterban. Gevolg: ontzegging omgang en ook dit kind is zijn vader kwijt.
In een evaluatie gesprek oktober 2017 heeft teammanager Mevr. P. Rozenboom aangegeven dat het andere jeugdbeschermers en een forensisch mediator ook niet gelukt was omgang tot stand te brengen en dat moeder niet wilde meewerken; dan kunnen zij ook niks doen. Met een dergelijke houding hadden ze de opdracht meteen moeten teruggeven aan de het Hof i.p.v. aanmodderen en traumatiseren van ons kind. Door hun gepruts en fraude is mijn kind zijn papa kwijt en ik mijn kind.
Gewenste Oplossing:
Schriftelijke excuses met daarin bevestiging dat het beleid van \"rust voor het kind\" fout is geweest en strijdig was met de opdracht van het Hof. Het kind en de ouders zijn zwaar benadeeld door een foutieve aanpak en er dient een schade vergoeding te komen van tenminste de som der declaraties JBN in deze zaak.

