Klachtenbrief voor Belastingdienst
Betreft: Klacht aangaande onrechtmatige invordering van aanslag inkomstenbelasting 2015 door de Belastingdienst
[Naam]
[Volledig Adres]
[Postcode en Plaats]
[e-mailadres]
Belastingdienst
Postbus 1521
7301 BS Apeldoorn
[Plaats, datum]
Geachte heer, mevrouw,
Hierbij wil ik formeel mijn klacht indienen tegen de onrechtmatige invordering van mijn aanslag inkomstenbelasting over het jaar 2015 door de Belastingdienst. Ik zal hieronder u uitleggen waarom deze invordering onrechtmatig is.
Van 2019 tot 2024 heb ik succesvol de Wsnp (Wet schuldsanering natuurlijke personen) in Duitsland doorlopen. Na deze succesvolle procedure heb ik achteraf aangifte inkomstenbelasting gedaan over de jaren 2019 tot en met 2023. Tijdens dit proces kwam ik erachter dat er nog steeds een openstaande belastingschuld over het jaar 2015 was, welke nog niet was kwijtgescholden.
Ik heb meerdere malen contact opgenomen met de Belastingdienst aangaande dit onderwerp en heb daarbij reeds vier keer het oordeel van de rechtbank in Aken - waarin de uitspraak over de Wsnp is opgenomen - naar de Belastingdienst gestuurd. Toch blijft de Belastingdienst beweren dat deze schuld nog steeds voldaan moet worden. Dit is in strijd met het vonnis van de rechtbank in Aken waarin expliciet is vermeld dat schuldeisers na 2019 geen aanspraak meer kunnen maken op schulden opgebouwd vóór 2019.
Volgens de Nederlandse wetgeving, met name het Burgerlijk Wetboek (BW) artikel 287 en 296, alsmede de Wsnp, is het niet gerechtvaardigd dat de Belastingdienst na het verdict van de rechtbank in Aken nog steeds aanspraak maakt op deze schuld. Deze wetgeving verstrekt mij immers een schone lei op alle schulden die voor het ingaan van het Wsnp-traject zijn ontstaan, ongeacht of deze schulden al dan niet zijn erkend door de bewindvoerder.
Bij deze wil ik de Belastingdienst dan ook dringend verzoeken te stoppen met de invordering van deze onrechtmatige belastingschuld en om mijn geld zo spoedig mogelijk aan mij uit te betalen.
Ik ben van mening dat ik voldoende bewijs heb aangevoerd om het onrechtmatige van de invordering aan te tonen. Mocht u onverhoopt nog over bijkomende bewijsstukken beschikken die mijn stelling ontkrachten, dan stel ik voor dat we dit in een gesprek doornemen om tot een oplossing te komen.
Hoogachtend,
[naam]
