Mijn Klacht:
Mijn moeder, C Hofstede heeft gedurende een proces van dementeren als gevolg van een beroerte met grote moeite afstand gedaan van haar auto (en zelfstandigheid). Toen wij, kinderen, merkten dat zij niet meer rijvaardig was, maar zij dit zelf nog niet onderkende, hebben wij meermaals de politie en het CBR geïnformeerd. Beide organisaties gaven aan dat ze niets konden doen en haar rijbewijs bleef geldig tot 2025. Vervolgens heb ik een traject ingezet om met de behandelende artsen een document in te sturen dat haar gezondheid niet in orde was. Hierdoor is het CBR uiteindelijk over gegaan tot het sturen van brieven en formulieren naar mijn moeder om een eigen verklaring in te vullen naar aanleiding van haar veranderde gezondheidstoestand.
Vervolgens hebben wij met behoud van waardigheid en zorgvuldigheid mijn moeder zover gekregen dat ze die ondertekende. Vervolgens heeft het CBR haar een aantal brieven gestuurd dat ze opnieuw gekeurd moet worden om haar rijbewijs te mogen behouden en dat ze zich bij een plaatselijke geriater daarvoor kon melden. Mijn moeder zag daarvan af, maar ook dit proces is een proces van steeds meer inleveren en moeten toegeven dat je niet meer als volwaardig mens kunt functioneren en dat kost tijd. Uiteindelijk heeft mijn moeder het formulier ondertekend waarin ze verklaarde afstand te doen van haar rijbewijs. Dit is een enorme stap voor mensen die tot hun 82e zich overal zelfstandig heen konden bewegen. De CBR blijft echter op het standpunt dat hun protocol correct is en dat mijn moeder de afstandsverklaring binnen twee weken had moeten insturen.
Mijn moeder kan zelf de brieven al een poosje niet meer zelf begrijpend lezen, dus blijft de post liggen totdat een mantelzorger die komt behandelen. Een termijn van 2 weken is dus zomaar voorbij, nog afgezien van het feit dat wij kinderen al een jaar tevoren bezig waren om het CBR zover te krijgen dat ze actie ondernamen.
In de brief waarin wordt gesteld dat mijn moeder €380 opleggingskosten moet betalen wordt meteen gedreigd met een deurwaarder en een zorgverlener die samen met mijn moeder naar het CBR heeft gebeld, kreeg te horen dat ze die toch echt moest betalen want het CBR had toch de administratiekosten gemaakt.
Wij vinden het prima dat er een paar tientjes kosten gerekend worden als compensatie voor de administratiekosten, maar het bedrag van €380 is volkomen buiten proportie.
Er is naar het CBR ruim voldoende door de familie aangegeven dat dit geen standaard situatie betreft, maar dat onze moeder dementeert. Dat hierop dan toch met standaard brievenbombardementen wordt gereageerd, is niet meer van deze tijd en toont een maatschappelijk onbewustzijn en onbetrokkenheid van deze organisatie.
Gewenste Oplossing:
Wij zouden tevreden zijn als de rekening naar een redelijk bedrag wordt verlaagd.
Veel belangijker nog:
Ik zou zelfs bereid zijn het absurde bedrag te betalen als het protocol voor het afhandelen van zaken met dementerende personen wordt aangepast in de vorm van persoonlijk contact in plaats van schriftelijk allerlei formulieren blijven sturen waar geen antwoord op kan komen omdat de betreffende niet meer in staat is om het te lezen en erop te reageren. De administratiekosten die worden gemaakt door mensen en niet door computers. Laat die CBR-mensen dan ook hun werk doen zoals alleen mensen dat kunnen, en gebruik computers voor klusjes zoals het geautomatiseerd brieven verzenden waar dat volstaat om het systeem te kunnen laten functioneren.

