Mijn Klacht:
Klacht: onterecht met terugwerkende kracht zorgtoeslagpartner geworden
Op 19-11-2013 is er een beschikking verzonden naar mij en mijn man met de beslissing dat wij als zorgtoeslagpartners waren te beschouwen. Er stond geen motivering bij en ook geen wettelijke grondslag op basis waarvan deze beslissing is genomen, op mijn zorgtoeslag website was ook geen motivering te vinden van de naar ons verzonden beschikking.
Toen heb ik meermalen telefonisch contact gehad met de belastingtelefoon om duidelijkheid te verkrijgen, en was de mondelinge toelichting in (2013) als volgt:
U bent in medio 2013 getrouwt met u man. Dus bent u met terugwerkende kracht tot op het moment waarop u met hem op een woonadres woonde ook als zorgtoeslagpartner geworden, en volgens onze berekening u vanaf dat moment niet meer recht had op zorgtoeslag wegens uw huidige positie als zorgtoeslagpartner. En de wettelijke grondslag diende ik te “googlen”. Verder geen overige informatie over de wijze van totstandkoming van de beslissing, want de beslissing kon volgens deze medewerker gewoon gebasseerd worden op de feiten die voortvloeien uit de bsa wat betreft de woonomstandigheden in 2011.
Achteraf (eind 2015) is in een telefoongesprek met een medewerker per toeval, aan het licht gekomen dat er wel voorwaarden zijn, waaraan getoetst diende te worden of ik al dan niet als een zorgtoeslagpartner aangemerkt kan worden, waaronder of wij al dan niet een gezamenlijk huishouden hadden. De belastingdienst heeft mij noch schriftelijk, noch mondeling gehoord of dit al dan niet het geval was, en derhalve de voorwaarden die ten grondslag horen te liggen aan de beslissing die toen in 2013 was genomen (over een situatie van 2011) niet getoetst.
De belastingdienst had namelijk nooit kunnen weten of ik al dan niet een gedeeld huishouden had, zonder eerst informatie te vergaren met mij of mijn man, want deze informatie kan het dan alleen verkrijgen door ons te horen. Dit heeft het niet gedaan en is derhalve niet voldaan aan de zorgvuldigheidsbeginsel en is tevens de hoorplicht geschonden.
Nu dat het bezwaartermijn natuurlijk al verlopen is rest mij, volgens de medewerker die ik gesproken heb aan de belastingtelefoon, alleen nog een verlaat bezwaarschrift in te dienen waarin ik bewijs moet indienen dat ik geen gedeeld huishouden deelde met mijn toen kamergenoot, nu man.
Het is namelijk zo dat ik in 2011 een studentenwoning deelde met deze persoon maar ik had geen relatie, in 2013 ben ik met deze persoon getrouwt maar is de belastingdienst er onterecht en zonder de benodigde informatie om deze beslissing te kunnen maken, ervan uitgegaan dat ik met terugwerkende zorgtoeslag partner ben geworden.
Het is onterecht dat mij alleen een verlaat bezwaarschrift als rechtsmiddel openstaat waarbij de bewijsplicht nu aan mij opgedrongen, waarbij ik dien te bewijzen dat ik geen zorgtoeslagpartner ben geworden in 2011-2012, terwijl het bij het maken van de beslissing een zorgplicht van de belastingdienst is geschonden waar zij eigelijk onderzoek diende te doen naar deze feiten, wat zij dus niet hebben gedaan. Het feit dat nu naar voren komt dat er wel voorwaarden voortvloeien uit de nog steeds onbekende wettelijke grondslag voor deze beslissing maakt het overigens dat ik destijds geen bezwaar kon maken op de aldaar genomen beslissing van 2013, omdat de medewerker en de brieven mij geruststelden dat deze beslissing genomen kon worden puur en alleen om het feit dat wij ingeschreven stonden op hetzelfde woonadres. Dus verkeerde ik in de veronderstelling dat dit een terrecht genomen beslissing was. Maar nu dat nieuwe feiten boven water komen waarbij ik niet langer van de juistheid van de beslissing, is het te laat om een bezwaarschrift in te dienen.
Klachten kunnen ook niet ingediend worden want klachten over feiten langer dan een jaar geleden worden niet in behandeling genomen.
Ik ben nu benadeeld door deze beslissing wegens ik 1-2 jaar onterecht zorgtoeslag met terugwerkende kracht heb betaald, omdat ik niet tot 2 jaar terug met terugwerkende kracht als zorgtoeslag partner hoorde aangemerkt te worden wegens bovenstaande argumenten.
Gewenste Oplossing:
Ik verwacht dat er opnieuw een beslissing genomen wordt waarbij dit keer een motivering toegevoegd wordt en een onderzoek naar feiten waar nodig, en duidelijk een wettelijke grondslag vermeld wordt.

