Klacht: Geen kopie van de deurwaarder beslaglegging.

op 09 maart 2016 over GGN Mastering Credit in de categorie Incassobureaus

Nieuwe klacht
In behandeling
Klacht opgelost
Klacht afgesloten

Mijn Klacht:

De deurwaarder heeft een beslagvrije voet berekend op 791,16 euro, terwijl mijn beslagvrije voet is circa 983.58.
Ik heb een aantal keren per mail gevraagd om een kopie van de berekening die de deurwaarder heeft gemaakt. maar diegene die mijn dossier behandeld, geef mij geen antwoord.
Misschien moet diegene even naar een curcus moet gaan om te leren dat de incasso bedrijf en de schuldeigenaar naar behoren te moeten behagen.

Gewenste Oplossing:

Als ik een kopie van de deurwaarder mag krijgen, kan ik controlleren waarom het verschil van de 791,16 / 983,58 euro

Bericht van Robin van Klacht.nl

1 jaar geleden - Ik heb een email gestuurd naar GGN Mastering Credit over deze klacht.

Bericht van Robin van Klacht.nl

1 jaar geleden - Deze klacht is zojuist door GGN Mastering Credit in behandeling genomen

Bericht van Robin van Klacht.nl

1 jaar geleden - We hebben bericht ontvangen dat GGN Mastering Credit een oplossing geplaatst heeft bij deze klacht

GGN Mastering Credit

Heeft op 09 maart 2016 om 15:17 geantwoord

Geboden Oplossing:

Wij hebben uw klacht ontvangen. Deze is door onze klachtenafdeling inmiddels in behandeling genomen. Uw stelling dat wij niet gereageerd hebben op uw verzoek om een berekening te sturen van de beslagvrije voet, is niet juist. Wij hebben op 22 februari 2016 per email een berekening naar u gestuurd. Deze is mogelijk in de map voor ongewenste items terecht gekomen. Wij hebben vandaag nogmaals een email met de berekening gestuurd.

Bericht van GGN Mastering Credit

1 jaar geleden - U hebt eerder aangegeven maandelijks een pensioenuitkering te ontvangen van € 112,00. Dit is minder gebracht op de berekende beslagvrije voet.

Heeft op 10 maart 2016 om 13:53 geantwoord

IK HEB NOOIT OP 22 FEBRUARI 2016 EEN BEREKENING GEKREGEN, MAAR WEL EEN MAIL DAT MIJN BVV IS GEKREGEN DAT HET BEDRAG 791,16
IK VRAAG U OM MIJN BEREKENING DIE IK GISTEREN AAN GGN HEB GESTUURD.
IK WACHT DAAROP .

Bericht van GGN Mastering Credit

1 jaar geleden - Op 10 maart 2016 hebben wij u een email gestuurd met een voorstel

Reactie van de melder van de klacht raytaam

1 jaar geleden - Geachte mervrouw, mijnheer. U geeft aan dat ik op 10 maart heb aangegeven maandelijks een pensioenuitkering te ontvangen van € 112,00. Dit is minder gebracht op de berekende beslagvrije voet is onjuist. Graag krijg ik een bewijs dat ik heb aangegeven. Hoe dan ook, blijft de deurwaarder beslag nemen op mijn AOW ??, of kan ik er vanuit gaan dat het beslag is opgelost. Graag een antwoord binnen 3 dagen.

Bericht van GGN Mastering Credit

1 jaar geleden - Wij hebben uw een email gestuurd met bewijs van uw opgave van de pensioenuitkering van € 112,00. Wij hebben eerder vandaag aangegeven dat wij op 10 maart 2016 een email hebben gestuurd met een voorstel.

Reactie van de melder van de klacht raytaam

1 jaar geleden - Eerst ging de deurwaarder 50 euro inhouden van mijn Beslag vrije voet, Nu blijktdat dat de deurwaarder et en brief gestuurd naar de SVB om 200 euro in te houden. Het betekend dat ik slechts 675,93 aow krijgen. Dit is veel lager dan mijn beslagvrije voet. GGN heeft mijn e-mail en de deurwaader heeft mij geen vragen gevraagd. Ook verwacht ik dat de deurwaarder mijn vacantie zal inhouden.Maar dit is tegen de wet. Hoge Raad beperkt beslag op vakantiegeld Bron: André Moerman 01/11/2014 11:01 uur Wanneer de beslagvrije voet hoger is dan het inkomen kan er maandelijks niets afgedragen worden. Maar hoe zit het in de maand waarin het vakantiegeld wordt uitbetaald? Moet de deurwaarder er dan rekening mee houden dat het inkomen in de voorgaande maanden lager was dan de beslagvrije voet? De Hoge Raad heeft beslist dat dit moet. Een mooi resultaat voor allen die maandelijks feitelijk onder de beslagvrije voet leven. Niet uitzonderlijk In het verleden was het vrij uitzonderlijk dat het inkomen lager kan zijn dan de beslagvrije voet, denk aan een laag inkomen gecombineerd met hoge woonlasten. Sinds de invoering van de wanbetalersregeling zorgverzekering komt het vaker voor. De beslagvrije voet moet immers met de hoge bestuursrechtelijke premie (in 2014 € 143,98 p.p.) worden gecorrigeerd. Bovendien gaat de beslagvrije voet omhoog wanneer de huur- en/of zorgtoeslag niet ontvangen wordt omdat er beslag op ligt of omdat de belastingdienst deze verrekent. Rechtsvraag Wanneer het inkomen lager is dan de beslagvrije voet, moet dan in de maand waarin het vakantiegeld wordt uitbetaald rekening worden gehouden met het ‘niet gebruikte deel’ van de beslagvrije voet? Rekenvoorbeeld Een rekenvoorbeeld kan dit vraagstuk verhelderen. Stel een alleenstaande heeft de volgende gegevens: - inkomen is € 950 - beslagvrije voet € 1000 - vakantiegeld € 900 Het is duidelijk dat uitgaande van deze gegevens er maandelijks niets aan de beslaglegger kan worden afgedragen. Maar wat valt onder het beslag in de maand waarin het vakantiegeld wordt uitbetaald? Moet er dan € 850 (950 + 900 - 1000) worden afgedragen of moet er rekening worden gehouden met alle maanden waarin het inkomen lager was dan de beslagvrije voet? Wanneer de 11 voorgaande maanden het inkomen € 50 lager was dan de beslagvrije voet, zou dit in dit voorbeeld er op neerkomen dat er slechts € 300 mag worden afgedragen. (950 + 900 – 1000 – (11 x 50)). Cassatie in het belang der wet De rechtbank Rotterdam oordeelde begin 2013 dat de 2e methode gehanteerd moet worden en dat er rekening mee moet worden gehouden dat het inkomen in de voorgaande maanden lager is dan de beslagvrije voet. Advocaat-generaal Hammerstein dacht hier echter anders over. Hij heeft het vonnis van de rechtbank Rotterdam bij de Hoge Raad voorgedragen om te worden vernietigd (cassatie in het belang der wet). Hammerstein voerde aan dat de uitbetaling van vakantiegeld in de maand mei geen nabetaling is. Zou het wel een nabetaling zijn dan geldt bij loonbeslag dat het toegerekend moet worden aan de maanden waarop het betrekking heeft (art. 475b lid 3 Rv). Op die manier zou het ‘niet gebruikte deel’ van de beslagvrije voet alsnog gebruikt kunnen worden. Maar inderdaad, de uitbetaling van het vakantiegeld in de maand mei is een tijdige betaling en geen nabetaling. Daar zijn volgens mij alle rechtsgeleerden het wel over eens en dat stond ook niet in het vonnis van de Rechtbank Rotterdam. Opmerkingen indienen Vanwege het belang van deze kwestie heeft de Hoge Raad via een tussenarrest beslist dat er via tussenkomst van een cassatie-advocaat schriftelijke opmerkingen kunnen worden ingediend als reactie op de vordering tot cassatie in het belang der wet. De Koninklijke Beroepsorganisatie van Gerechtsdeurwaarders (KBvG) en de Sociale Verzekeringsbank (SVB) hebben dit gedaan waarbij kortgezegd de KBvG voor en de SVB tegen de vordering tot vernietiging van het vonnis is. Het inschakelen van een cassatie-advocaat en griffierecht is best een hoge drempel. Ik heb mijn standpunt kenbaar gemaakt via een open brief, een column en een artikel ‘Onder de ondergrens. De gevolgen van loonbeslag voor het vakantiegeld.’ Hammerstein heeft vervolgens een (m.i. weinig onderbouwde) nadere conclusie genomen en is bij zijn standpunt gebleven dat het vonnis moest worden vernietigd in het belang der wet. Beslissing Hoge Raad De Hoge Raad heeft anders beslist en het vonnis van de rechtbank Rotterdam niet vernietigd. De Hoge Raad (...): 2.4.2 De aanspraak op vakantiegeld is een bij wet voorgeschreven vast onderdeel van lonen en uitkeringen en onderscheidt zich daarin van andere vormen van extra beloningen, zoals een dertiende maand. De aanspraak op vakantiegeld wordt per maand opgebouwd en in de regel één keer per jaar uitbetaald; dit laatste kennelijk om te stimuleren dat het vakantiegeld daadwerkelijk voor vakantie wordt gebruikt. Het vorenstaande geldt onder meer voor het vakantiegeld dat deel uitmaakt van een AOW-uitkering, om welke uitkering het in deze zaak gaat, en voor het vakantiegeld dat over loon is verschuldigd (art. 17 Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag). De jaarlijkse uitbetaling van het vakantiegeld is geen nabetaling in de zin van art. 475b lid 3 Rv, omdat het niet gaat om een te late betaling van maandelijks verschuldigde bedragen. 2.4.3 Hoewel de maandelijkse aanspraak op vakantiegeld dus niet tot een maandelijks opeisbare vordering leidt - behoudens de hierna te vermelden mogelijkheid van een afwijkende regeling -, is die aanspraak wel te rekenen tot het maandelijkse loon of de maandtermijn van een uitkering (vgl. onder meer art. 17 leden 1 en 3 Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag, art. 28 AOW en art. 19 lid 3 en 45 lid 1 Wet werk en bijstand). Bij het einde van de dienstbetrekking wordt aan de werknemer dan ook het bedrag aan vakantiegeld uitbetaald waarop hij op dat tijdstip aanspraak heeft verworven (art. 17 lid 3 Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag). Voorts biedt de wet voor veel gevallen de mogelijkheid om het vakantiegeld maandelijks te voldoen (vgl. art. 17 lid 2 Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag met betrekking tot loon en de in het voorafgaande artikellid genoemde uitkeringen). 2.4.4 In verband met het hiervoor in 2.4.3 omschreven karakter van het vakantiegeld is het gerechtvaardigd, mede gelet op de strekking van de beslagvrije voet om het bestaansminimum te waarborgen, om voor de berekening van hetgeen aan de beslaglegger kan worden uitgekeerd in verband met de beslagvrije voet, de jaarlijkse uitkering van het vakantiegeld op één lijn te stellen met een nabetaling van de maandelijkse bedragen waarmee het vakantiegeld in de voorafgaande periode is opgebouwd. Een andere opvatting, zoals die welke door het middel wordt aangevoerd, zou meebrengen dat de toepassing van de beslagvrije voet in gevallen waarin het maandelijkse inkomen beneden die voet blijft, tot verschillende uitkomsten leidt naar gelang het vakantiegeld jaarlijks dan wel maandelijks wordt uitbetaald. Aangezien het hier gaat om gevallen die in wezen gelijk zijn, bestaat voor dit verschil geen rechtvaardiging. Art. 475b lid 3 Rv dient daarom voor de berekening van hetgeen aan de beslaglegger kan worden uitgekeerd in verband met de beslagvrije voet overeenkomstig te worden toegepast op de jaarlijkse uitkering van het vakantiegeld op de wijze als hierna vermeld. 2.4.5 Art. 475b lid 3 Rv houdt in dat beslag op nabetalingen niet verder geldig is dan indien de betaling gedurende het beslag tijdig is geschied. Dit moet aldus worden verstaan dat beslag op een nabetaling ongeldig is indien en voor zover die betaling in de maand waarin deze zou hebben plaatsgevonden wanneer zij tijdig was geschied, niet onder het beslag zou zijn gevallen (bijvoorbeeld omdat in die maand nog geen beslag lag of omdat in die maand het inkomen beneden de beslagvrije voet bleef). Bij de hiervoor in 2.4.4 bedoelde overeenkomstige toepassing van deze bepaling voor de berekening van hetgeen aan de beslaglegger kan worden uitgekeerd in verband met de beslagvrije voet, dient de jaarlijkse uitbetaling van het vakantiegeld te worden gelijkgesteld aan twaalf nabetalingen die ieder moeten worden toegerekend aan de maand waarin het desbetreffende gedeelte van het vakantiegeld is opgebouwd, en wel- teneinde aan de strekking van de beslagvrije voet recht te doen - ongeacht of in die maanden het beslag al lag. Dit betekent dat beslag op vakantiegeld ongeldig is indien en voor zover het inkomen (inclusief de aanspraak op vakantiegeld) in de maand waarin het desbetreffende gedeelte van het vakantiegeld werd opgebouwd, beneden de beslagvrije voet bleef, ongeacht of in die maand beslag lag. 2.4.6 Het voorgaande brengt mee dat de jaarlijkse uitbetaling van het vakantiegeld geheel voor beslag vatbaar is indien het maandelijkse inkomen in de maanden waarin het vakantiegeld werd opgebouwd, steeds boven de beslagvrije voet uitkwam. Indien het maandelijkse inkomen in die maanden steeds beneden de beslagvrije voet is gebleven, is het vakantiegeld slechts voor beslag vatbaar voor zover het als maandelijkse aanspraak tezamen met het daadwerkelijk in die maanden genoten inkomen zou zijn uitgekomen boven de beslagvrije voet in die maanden, telkens per maand beoordeeld. Indien de schuldenaar in de periode waarin het vakantiegeld werd opgebouwd een wisselend inkomen heeft genoten, waardoor het in sommige maanden beneden de beslagvrije voet bleef en in andere maanden daar bovenuit kwam, geldt eveneens hetgeen in de vorige volzin is vermeld. 2.4.7 Opmerking verdient nog dat de Sociale Verzekeringsbank, blijkens de door haar naar aanleiding van het tussenarrest in deze zaak ingediende schriftelijke opmerkingen, in geval van onder haar gelegde derdenbeslagen een werkwijze volgt die op bovenstaande methode neerkomt, en dat dit geen uitvoeringsproblemen oplevert. Mooi resultaat Dit arrest is een mooi resultaat voor alle mensen die feitelijk maandelijks onder de beslagvrije voet leven. Het is goed om te zien dat de Sociale Verzekeringsbank met beide benen in de maatschappij staat en zich hier als uitvoeringsorganisatie sterk voor heeft gemaakt. Degenen bij wie te veel vakantiegeld aan de beslaglegger is afgedragen, omdat het maandelijks inkomen lager was dan de beslagvrije voet, kunnen met dit arrest in de hand het teveel afgedragene terugvragen. Dit is met name van belang wanneer er door de te hoge afdracht problemen zijn ontstaan, bij bijvoorbeeld de betaling van de vaste lasten. Natuurlijk roept dit arrest ook de nodige praktische hoofdbrekens op, bijvoorbeeld over de wijze waarop kan worden bijgehouden welk deel van het vakantiegeld onder het beslag valt. De gebruikte programma’s in de salarisadministratie van werkgevers en uitkeringsinstanties zullen hierop moeten worden aangepast. Meer informatie - Hoge Raad 31 oktober 2014, ECLI:NL:HR:2014:3068 - Nadere conclusie 2 september 2014, ECLI:NL:PHR:2014:1952 - Hoge Raad 6 juni 2014, ECLI:NL:HR:2014:1342 (tussenarrest) - Vordering tot cassatie in het belang der wet 14 februari 2014, ECLI:NL:PHR:2014:71 - Rb Rotterdam 7 januari 2013, ECLI:NL:RBROT:2013:5158 - Open brief aan A-G over beslag op vakantiegeld - Column: Onder de ondergrens - Artikel: Onder de ondergrens. De gevolgen van loonbeslag voor het vakantiegeld.

Bericht van GGN Mastering Credit

1 jaar geleden - Wij hebben u op 10 maart 2016 een email gestuurd met nader uitleg over de beslagvrije voet. Met vriendelijke groet, GGN Mastering Credit

Reactie van de melder van de klacht raytaam

1 jaar geleden - Dossier 3456376 Naar aanleinding van mijn AOW van SVB kreeg ik slechts 675,93. De datum 29 februari 2016 kreeg ik een brief van de SVB dat GGN Mastering moest inhouden van 65,03 euro. Daarom kreeg ik slechts 853.39 netto pensioen per maand. Nu naar aanleiding van een telefonische mededeling van deze morgen van het SVB dat ik de deurwaarder een brief gestuurd naar SVB om 200 euro in te houden. Nu verzoek ik u een advies te dienen. Waar mij niet duidelijk is dat de deurwaarder en/of GGN geen e-mail naar mij heeft gestuurd voor de informatie. Alleerst is hier onder mijn beslag vrije voet. Dat de deurwaarder deed eerst 50 euro komt omdat ik een fout heeft gestuurd naar de GGN voor 112,00 euro inplaats de 89.41 euro, De reden is dat informatie die ik heb gestuurd is dat het bedrag brutto is. Daarom heb ik alreeds een e-mail gestuurd naar de GGN dat ik een fout heb gegeven Reactie van GGN Incasso U hebt eerder aangegeven maandelijks een pensioenuitkering te ontvangen van € 112,00. Dit is minder gebracht op de berekende beslagvrije voet. Omdat een duidelijk onderscheid tussen de bruto en Netto in de hoedanigheid van de deurwaarder met betrekking omdat ik ook recht heeft op het bestaansminimum, heeft de en deurwaarder de plicht om ook bij mhen de relevante gegevens op te vragen, daarna de beslagvrije voet correct te berekenen en beslagenen hierover adequaat te informeren. Als uit deze berekening blijkt, dat het beslagen inkomen (gedeeltelijk) vatbaar is voor beslag, behoort de deurwaarder ik erop te wijzen dat hij zich tot de kantonrechter kan wenden voor een eventuele toetsing van de vastgestelde beslagvrije voet. Beoordeling Het handelen van een deurwaarder moet voldoen aan het behoorlijkheidsvereiste van betrouwbaarheid. Dit houdt in dat hij handelt binnen het wettelijk kader en eerlijk en oprecht handelt, doet wat ik zegt en gevolg geeft aan rechterlijke uitspraken. De Nationale ombudsman is van oordeel dat deurwaarders – bij beslag op periodieke inkomsten - vanuit hun ambtelijke taak moeten bewaken dat het inkomen van de schuldenaar niet onder de beslagvrije voet terecht komt. De deurwaarder jaagt beslagene hiermee onnodig op kosten en dwingen hem onnodig om een juridische procedure bij de kantonrechter te voeren. De deurwaarder handeld hiermee in strijd met het behoorlijkheidsvereiste van betrouwbaarheid. Alleerst wil ik de verbazing en ontstemming van mijn advocaat en van mij niet te verhelen. Het heeft geen pas om de brieven naar SVB van mijn AOW zonder mij te informatie en eventule vragen. Ik ben daarom niet in de gelegenheid om tijdig een advocaat te consulteren die zijn belangen naar behoren verdeging . I stel met name “naar behoren” , omdat ik te zoeken naar advocaat thans te weing tijd gegeven is om e.e.a. te spreken en dat mij advocaat zich te vergewissen van de feiten en de gang van zaken. De deurwaarder heeft mij op een zodanig korte termijn mij op te roepen met een e-mail en ok per telefoon. Ik teken dan ook met klem protest aan tegen deurwaarder. Het geheel overziende kan ik tot geen andere conclusie komen, dat op geforceerde en arglistige wijze gepoogd wordt al mij geld te nemen. Ik heb een aantal keren gevraagd om 15% te kunnen geven omdat ik geen geld meer hebt. Doch GGN heeft altijd nee gezegd, inmiddels weet ik dat de Maas Delta de kosten heeft betaald voor de griffie vonnis en ook dat GGN de aan Maas Delta de zaak heeft gekocht voor zeer weinig kosten. Daarom is naar mijn mening dat GGN weet dat ik een AOW geld krijg en GGN weet dat ze veel geld verdienen van mij. Door de handelswijze van de deurwarder , die onbehoorlijk en in strijd met de goede trouw en billijkheid aangemerkt moet worden, nu ben ik genoodzaakt gezien van rechtkundige bijstand te verzekeren , daarbenevens zal ik deze handelswijze onderwerpen aan de toets der kritiek door de daartoe aangewezen de personen en/of instanties. Copies dezes zend ik aan SVB en mijn advocaat. Ik verblijf reserveten ik alle rechten en veblijf

Reactie van de melder van de klacht raytaam

1 jaar geleden - Stuur mij de mail van 22 februari, ik kan deze niet vinden

Bericht van GGN Mastering Credit

1 jaar geleden - Vandaag hebben wij de klager een email toegezonden. Wij zullen samen met de klager op de inhoud van de vraag ingaan. GGN Mastering Credit

Alle klachten die gemeld zijn door raytaam